Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WOO. — WOK.

Woolng IwAin), s. het vrifen; —ly, ad. vrijend, innemend, aanlokkelijk.

Wooi, (tcul), r. wol; rombiiig —, long. •tApled knmwol; rlothing —, short stApled —, korfe geschoren wol; — In grcMe, vetwol; — in fleeces, scheerwol, onbereide wol; ftreAt ery aiicI little —, veel geschreeuw en weinig wol — more squeak thni» —; —h»(r. —bale. wol haal; —kali. haarbal; —hearing, woldrageud; —•l»la«l«*v —hreAking, het sorteeren van wol; —business, wolvak, wolhandel; —car«l, wolkaarde; —comber, wolkammer; —rot Ion, boomwol, katoen; —«treseer, wol bereid er ; —drlver, opkooper van wol; —feil, scliapevacht;—feit, vilt, vilten hoed; —gatlierlug, het verzamelen van vlokjes wol; verstrooid van gedachten;to be a —gathering, suffen en droomen ; —srower, schapenfokker; —lof#, wolzolder, -pakhuis; — niarket, wolmarkt; —park.—snrk. wolzak; -baal; de zetel van den Lord-Kanselier in het H oogerhuis; —pated, met wollig haar; —spinner, wolspinner, -spinster; —staple, wolstapel, -markt; —stapler, wolhandelaar; —trade, wolhandel; —winder, wolpakker.

Woold (tnZ/rJ), v. a. bewoelen ; —er. s. knuppel (b\J touwslagers); —Ing. s. woeling, hooiled (iould), a. met... wol.

Wooll en (trwFw), a. wollen; s. wollen stof; — endraper, lakenkooper; -en-printer, woldrukker ; —en-acribbler, machine om wol te kammen; —ens. wollen goederen; — Iness, s. wolligheid; —y, a. wollig. wOW«* •• (soort van) Bengaalsch staal.

Word (trvrt), s. woord, bericht, bevel; — for —, woordelijk, verbatim; good—, lof, goedkeuring ; at (In) a —, in één woord, kortom; by — (of moiith), mondeling; to «end —, doen weten, melden; to pass one's —, belooven; to break one's —, to fall In one*s —, zijn woord niet houden ; to keep —woord houden ; to take one by (at) —» Iemand aan zijn woord houden ; to speak a good — for one, voor iemand een goed woordje doen ; fair —s hutter »o parsnlps. praatjes vullen geen gaatjes; to be as good as one's —, woord houden; you may take my — for It, ge kunt mU op myn woord gelooven ; to have —s, woorden hebben, ruzie hebben; The Word. Het Woord (de H. S.); —book. woordenboek, — lijst; —eateher, woordenzifter; —catchIng, woordenzifter*!; —picture, schildering (in woorden); — less, sprakeloos; —, v. a. uitdrukken, In woorden brengen; — Iness.s. woordenrijkheid; wijdloopigheid; —Ing. s. inkleeding; —y, a. woordenrijk, wijdlooplg. Work (tcêk), s. werk, arbeid, handeling, daad, behandeling, stiksels At (on. to) —, aan den gang, aan het werk; to be out of —, werkloos, zonder werk zijn; to set (fall)to —aan 't werk gaan ; to throw one out I of —, iemand gedaan geven, van werk berooven; a good day'e —, een flinke dag- I

***** —■>*«. werkzak; —basket, werkmandje; —boi, werkdoos; —day, werkd*K5 —fellow, kameraad, werkmakker; —house, werkhuis; —man, werkman; — •••anshlp. kunstvaardigheid, bekwaamheid, •tyi; a fine plece of — niAiiwliip, een fraai kunstwerk ; —-inAster, werkmeester; —•shop, werkplaats, winkel; —tohle, werktafel ; —-weAther-dAy. vrije ligdag; -

woniAn, werkster, naaister; —s, s. fabriek; gAs- —s, gasfabriek ; Board of — s, „Openbare Werken" (— "l'ublic — «'♦).

Work v. a. bewerken; uitwerken, tot stand brengen, in beweging brengen, doen werken (gisten),behandelen, manoeuvreeren met; borduren, stikken, (ofT) verwerken, loswerken, uitstrijken, afdrukken ; (out) uitwerken, bewerken, tot stand brengen, volbrengen, uitwisschen, vernietigen; (np) opwerken, omHoog werken, verwerken, verbruiken, aanvuren, prikkelen; —, v. n. werken, arbeiden; in beweging zyn, stampen, slingeren, gisten; (upon) treffen, indruk maken op; —able, a. te bewerken; in staat om te werken; —ed, {tevkt), a. gewerkt, geborduurd, gestikt; —er, s. werker, bewerker, werkman; —Ing, s., het werken, werking; be-, uitwerking, gisting; — Ingbarrel. pomphuis; -ingbruin, werkzame geest; —Ing-dAy, a. alledaagse]!; s.# werkdag; -Ing-dAy llfe, alledaagsch leven; —ing-drnwl»»g, model, teekening; —Ing-expenses, kosten van bedrijf; exploitatie-kosten ; —Ing-people, werklieden, werkvolk.

WorkniAU {w&km'n), s. werkman; — llke, —ly, a. knap, bekwaam, goed bewerkt; —

«T fc Terk» bewerking, bekwaamheid.

World (rc/d), s. wereld, aarde, menschen. s werelds loop, loopbaan, menigte, groot aantal; the grent —, de hoogere standen; uot for aII the —, voor niets ter wereld; —• lAiigiiAge, wereldtaal; TheKew (Old) — de Nieuwe (Oude) Wereld; to CArry the — before one, alle moeilijkheden schitterend overwinnen; to beglu the —, (fig.) het leven beginnen, in de wereld optreden; the — At lArge, de wijde, wijde wereld; to coine Into the —, ter wereld komen; mau of the —, man van de wereld; a — ofsoreen menigte ellenden, smarten; to be above the —, zich niet storen aan de wereld, onafhankelijk zijn; aII the — And hls wife, Jan en alleman; to renounce ~j «loji van de wereld afzonderen; (such Is) thAt *s the WAy of the —, dat Is s werelds beloop; the — to be, het leven hiernamaals; — lliiess, s. wereldsgezindheid; —ling, s. wereldling; —ly, ». & ad. wereldlijk, wereldsch, werelds; — ly-mlnded, wereldsgezind.

Worm («ovm), s. worm, krasser, moer (van eene schroef), wroeging; —bArk,wormbast; —eAten, wormstekig, vermolmd; —grAss, wormkruid; —-hole, wormgaatje; — seed, wormzaad; —spring, spiraaiveer; —wood, alsem; it is —wood to hlm, het wroegt

Sluiten