Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onverdroten vlijt en werkzaamheid ons in Nederland zulk een rijk, schoon en gelukkig vaderland hebben nagelaten ?

Het kan dan ook niet anders, of elk rechtgeaard Nederlander zal met belangstelling kennis nemen van de lotgevallen zijner voorouders; en gij ook zult, zonder twijfel, het weinige, dat u in de volgende lessen verteld wordt, met genoegen lezen; te meer, wijl gij daarin tevens zult zien de leiding van Gods Voorzienigheid , die onze vaderen het ware geloof heeft doen kennen, en het hen ook te midden der vervolging tot op den dag van heden heeft doen bewaren.

1. Eerste Bewoners. (280 v. Chr.)

1. Wanneer wij in onze gedachten terugkeeren tot ongeveer twee eeuwen vóór de geboorte van onzen Goddelijken Verlosser, dan vinden wij in deze streken een paar volksstammen, van welke de geschiedenis ons geene of althans zeer weinige bijzonderheden heefl bewaard; het waren de Kelten en Kimbren. Vermoedelijk afkomstig uit de streken, aan de Oostzee gelegen, hebben zij hier slechts korten tijd vertoefd, en werden , de eersten door andere stammen, en de laatsten, zoo men wil, door een grooten watervloed verdreven.

8. De eenige bewijzen van hun verblijf alhier zijn een soort van reuzengraven of met een vreemden naam Hunebedden, welke men op de hoogere gedeelten van ons land, vooral in Drente, aantreft. Verbeeldt u een langwerping vierkant van groote, ruwe

Sluiten