Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeeuwsche eilanden , die ten Noorden van de OosterSchelde liggen. Daarenboven werd hun door de graven van Vlaanderen ook nog Zeeland bewesterSchelde, d. i. de overige eilanden dezer provincie, als leen geschonken. Maar ook dit gewest wilden ze in eigendom hebben , en na ongeveer twee eeuwen van twist en strijd , kwam het aan Holland. Dit geschiedde in 1323, onder graaf Willem III, den Goeden, een vorst uit het Henegouwsche Huis.

O. Wij zouden te uitvoerig worden, als we elk der zestien graven, die uit het Hollandsche Huis zijn voortgekomen, afzonderlijk wilden bespreken. Daarom bepalen wij ons tot de volgende :

Dirk III (993—1039) is de eerste geweest, die den titel van Graaf van Holland voerde. Hooi en wij even het ontstaan van dien naam. Ter plaatse, waar thans Dordrecht, de oudste van Hollands steden ligt, strekte zich tot in 't begin der elfde eeuw eene boschrijke streek uit. Zij behoorde aan het Bisdom Utrecht; maar de groote voordeelen, welke zij scheen te beloven, maakten Dirks hebzucht gaande. Van tijd tot tijd zond hij eenige van zijne lieden derwaarts, met verlof zich daar te vestigen , en zooveel gronds in bezit te nemen, als zij konden bewerken. Zoo werden langzamerhand de grondslagen van Dordrecht gelegd. Kort daarna bouwde Dirk daar een kasteel, en hief tol op de schepen van Tiel, Keulen en Luik, welke over Rijn, Maas en Waal handel dreven op Engeland. De kooplieden maakten hierover hun beklag. De bisschop van Utrecht wilde de stad, aangelegd op zijn gebied, doen slechten; maar Dirk verzette zich daartegen met kracht, en zijne opvolgers streden zoo dapper om het

Sluiten