Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. In het jaar 1093 was zekere monnik, Peter van Amiens, in Palestina getuige geweest van de mishandelingen en kwellingen, welke de Christenen aldaar van hunne doodvijanden , de Turken, hadden te verduren. In krachtige taal schetste hij hun lijden, alsmede de heiligschennende onteering, waaraan de heiige plaatsen, zoo dierbaar aan elk Christenhart, van den kant der ongeloovigen blootstonden. Zijne woorden waren machtig genoeg om duizenden ter kruisvaart aan te sporen. Bij de Kerkvergadering van Clermont, in het midden van Frankrijk, hechtten zij zich een rood kruis op de borst, en onder den uitroep : God wil het! trokken zij, onder aanvoering van Godfried van Bouillon, ten getale van meer dan 200000 man op (1098.) Moeilijk was hunne onderneming: vijandelijke Turksche legers betwistten hun in KleinAzië den doortocht; iedere bergpas moest ten koste van honderden menschenlevens veroverd worden. De groote en sterke stad Nicea, door een talrijk leger van Muzelmannen verdedigd, viel den kruisvaarders na een langdurige belegering in handen. Op hun verderen tocht ontstonden, ten gevolge van de ondraaglijke hitte en het gebrek aan behoorlijk voetsel, zware ziekten , waaraan duizenden bezweken. Toen de Christenen voor Jeruzalem aankwamen, telde hun leger nog slechts 50 000 man, terwijl de vesting door öOOOO Turken verdedigd werd. Bij het gezicht echter van die stad, door het lijden en den dood des Zaligmakers geheiligd, vergaten de kruisvaarders hun doorgestaan leed. Zij wierpen zich ter aarde neder eu kusten in dankbare vervoering den heiligen grond. Versterkt en aangemoedigd door de verschijning van een helder lichtend

Sluiten