Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moed der Leidenaars geen betere zaak diende. Daar Oranje wist, dat aan het behoud dezer stad zeer veel gelegen was, stelde hij alle pogingen in het werk om haar te ontzetten. Zijn broeder Lodewijk kocht voor Fransch geld 9000 man huurtroepen, en zou zich met Oranje, die met 6000 man in den Bommelerwaard lag, vereenigen. Beide legers moesten vandaar ter bevrijding van Leiden oprukken, of wel een inval in Brabant doen, om de Spanjaarden voor de bedreigde stad weg te lokken. Zoo had men de zaken afgesproken, maar dit was buiten den waard gerekend. Requesens doorzag het plan van den vijand en zond , om dit te verijdelen , zijn veldheer d'Avila met eenige keurbenden naar de oevers der Maas. Bij het dorpje Mook dwong de Spanjaard Lodewijk tot den strijd, en in een ommezien behaalde hij een schitterende overwinning. Oranje's broeders , Lodewijk en Hendrik , sneuvelden , en hunne lijken verdwenen spoorloos. De bewoners van de streek, waar de slag plaats had, zien in dezen dood en in het verdwijnen der lijken eene straf des Hemels. Zulk eene veronderstelling zal ons minder bevreemden, als we weten, dat beide aanvoerders even te voren bij hun tocht door Limburg zieh met hun leger aan de gruwelijkste heiligschennis hadden schuldig gemaakt. Deze nederlaag en vooral het verlies zijner beide broeders was een zware slag voor Oranje , en het reeds nauw ingesloten Leiden bleef aan zijn lot overgelaten.

Daar steeg de nood van dag tot dag hooger, en weldra deed zich het nijpendste gebrek gevoelen. Men voedde zich met de walgelijkste spijzen , en dreigend eischte men van den bevelhebber de overgave der stad. Diens krachtige taal en de belofte van loegezegde hulp hiel-

Sluiten