Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hervormers in de noordelijke Nederlanden erg bevreesd maakte, laat zich begrijpen. Zy zagen dan ook wederom uit naar vreemde hulp, en niet meer kunnende slagen bij Hendrik III, koning van Frankrijk, boden zij koningin Elisabeth van Engeland het bestunr aan. Deze liet zich vinden, en zond haren gunsteling Leicester met 6000 man naar deze gewesten. De uitrusting van deze troepen zouden de Staten bekostigen. Zoolang echter de beloofde som niet betaald was, zou de Engelsche vorstin Den Briel, Vlissingen en het fort Rammekens als pandsteden laten bezetten.

5 De Engelschman , wien men den titel van souverein schonk, had op een onbeperkt gezag in deze gewesten gerekend ; maar hij vond zich deerlyk bedrogen, want het ging hem bijna als Anjou. De staten van Holland en Zeeland, met Oldenbarnevelt aan het hoofd, waren de eigenlijke meesters in het land. Dit verdroot Leicester. Hij deed alles om zich invloed te verschaffen; hij sloot zich nu bij deze, dan bij gene partij aan; hij beklaagde zich bij zijne vorstin; maar niets mocht baten. Toen hij eindelijk den schijn aannam met de Spanjaarden te heulen, en zelfs eene poging deed, om Maurits en Oldebarnevelt op te lichten, verloor hij zijn schijngezag geheel, en keerde in 1587 met den wrok in het hart naar Engeland terug.

ö. Dit was de tweede maal, dat men in de Republiek de ondervinding had opgedaan, dat vreemde hulp geen heil aanbracht; daarom besloot men voortaan op eigen Wieken te drijven. Maurits, die reeds vóór Leicesters komst als stadhouder was aangesteld, werd nu ook tot kapitein-generaal der Unie benoemd. Echter behielden de Staten-Generaal en vooral de Staten

Sluiten