Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nomen. Intusschen steeg de nood, en iedereen verkeerde in den grootsten angst. Het volk begroef zijne kostbaarheden en geld uit vrees voor plundering. De ambachten stonden stil en de winkels werden gesloten. Ieder oogenblik- verwachtte men, dat het Fransche leger Holland zou binnendringen; nergens zag men uitkomst. Zeer juist wordt de toestand van onze Republiek in het rampjaar 1672 geteekend door deze woorden: De regeering was radeloos, het volk redeloos en het land reddeloos.

6. De ongelukkige omstandigheden , waarin onze provinciën verkeerden , waren oorzaak, dat de afkeer der twee partijen , die nog altijd in het land waren , weer opleefde. Ofschoon ten onrechte , gaven de stadhoudersgezinden den grooten Jan de Witt de schuld van alle rampen, die onze gewesten troffen. Men herinnerde zich de roemrijke dagen van Maurits en Frederik Hendrik en begon reeds om een stadhouder te vragen. Deze alleen, meende men, zou het land kunnen redden. Zeeland vooral ijverde voor den zoon van Willem II, en in Veere deed zich de kreet hooren : «Oranje boven! Weg met De Witt!"

7. Binnen eenige dagen was de partij des stadhouders in Zeeland en Holland meesier, en werd Willem III tot de waardigheid zijner voorvaderen verheven. De raadpensionaris legde nu zijne waardigheid neer. Vooraleer we gaan zien, wat de nieuwe stadhouder deed voor de bevrijding van het land , willen wij eerst nog verhalen , hoe Jan de Witt zich den haat zijner tegenstanders op den hals heeft gehaald, en met welken zwarten ondank de diensten zijn vergolden, die hij aan de Republiek heeft bewezen.

Sluiten