Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren af te wenden. De zware schulden, die ons land in vroegere oorlogen gemaakt had, wist hij zonder nadeel der bevolking te verminderen. In één woord, geen enkel belang der Republiek verloor hij uit het oog, en de 19 jaren, dat hij zijn gewichtig ambt waarnam , waren een tijdperk van bloei en welvaart voor orize gewesten. En dit laatste zal des te meer onze bewondering wekken, als wij ons de moeilijke omstandigheden herinneren, waarin het land toen verkeerde.

Maar zoo dit waar is , hoe konden dan sommigen beweren, dat de rampen, die onze provinciën in '1672 troffen: aan dezen verdienstelijken man te wijten waren ? Dit zal uit het volgende blijken.

3. Als hoofd der staatsgezinden stond Jan de Witt tegenover de partij der stadhouders, en hij meende , dat het zijn plicht was, den zoon van Willem II uit het bestuur te weren. Volgens zijne opvatting was het stadhouderlijk gezag, vooral als het in handen was van heerschzuchtigen, eerder nadeelig dan heilzaam voor de Republiek ; en de groote macht, de bloei en welvaart van onze provinciën onder dezen raadpensionaris, zouden voor die meening kunnen pleiten.

Had zich Willem II ook niet erg vergrepen aan de bloedverwanten van Jan de Witt? Was zijn vader niet op Loevenstein gevangen gezet, en was niet de burgemeester van Amsterdam , met wiens dochter de raadpensionaris gehuwd was, door toedoen van denzelfden Willem uit zijn ambt ontslagen ? Het laat zich dan ook begrijpen, waarom De Witt tegen eenen stadhouder was ; waarom hij de acte van seclusie onderteekende, en Holland er toe bracht het eeuwig edict (1667) aan te nemen. Door dit laatste stuk werd vast-

Sluiten