Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij , ten gevolge van een val van zijn paard , dat over een molshoop struikelde. Dit geschiedde te Kensington in Engeland, ten jare 1702. Daar de stadhouder geen opvolger naliet, had hij voor deze gewesten benoemd Jan Willem Briso, den jeugdigen stadhouder van Friesland en Groningen. Maar de Staten eerbiedigden zijn uilersten wil niet, en besloten de regeering te herstellen, gelijk die onder Jan de Witt geweest was. En zoo kreeg men het tweede stadhouderloozebestuur. (1702—1747).

O. Deze omstandigheid bewees genoegzaam, dat onze Republiek niet erg gediend was met heerschzuchtige gebieders, zooals de vorige stadhouder er een was. Als koning van Engeland had hij tot opvolgster Anna, de zuster zijner jonggestorven vrouw. Dat hij in dit land al evenmin de achting zijner onderdanen genoot, werd hierdoor bewezen , dat de Engelschen dronken op het heertje in 'tzwart fluweel, waarmee zij den mol bedoelden , daar de molshoop de aanleiding was geweest tot Willems dood. Zoo waar is het, dat vorsten, die den oorlog zoeken, de liefde hunner onderdanen verliezen. Zelfs na den dood des stadhouders moesten èn Engeland èn de Republiek nog 11 jaar lang strijden, alleen omdat Willem III beide landen in den oorlog hrd gewikkeld. Zeggen wij een enkel woord van dien langdurigen strijd, welke ons land niet het geringste voordeel aanbracht en zijn schuldenlast met 350 000 0 0 gulden vermeerderde.

9. Drie mannen stonden aan het hoofd van Lodewijks tegenstanders : het waren Heinsius, die van 1689—1720 raadpensionaris was, prins&uJjèhius , de aanvoerder der keizerlijke troepen en Marlborough, de bevelhebber

Sluiten