Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neer deze later keizerin zou worden, hief Karei de Compagnie weer op (1731.)

5. Bij dit alles voegden zich nog rampen van anderen aard. Zoo heerschte in 1717 in Friesland eene verschrikkelijke veepest, waaraan in korten tijd 40 000 runderen bezweken. In 't zelfde jaar leden Groningen, Friesland en Noord-Holland door geweldige overstroomingen: 15 000 huizen werden weggespoeld en meer dan 2000 menschen en 36 000 stuks vee kwamen om. Het jaar '1740 kenmerkte zich door zulk een strengen winter, dat de Zuiderzee geheel dicht lag, en het ijs zich een halve mijl van onze kusten in de Noordzee uitstrekte. Daar al het gezaaide graan bevroren was, volgde het jaar daarop eene groote duurte van levensmiddelen.

6. De dood van Karei VI en de troonsbeklimming van zijne dochter, Maria Theresia, gaf aanleiding tot den Oostenrijkschen successie-oorlog, (1740—'48) waarin wij, met het oog op de vroeger gedane belofte, alweer moesten deelnemen. Eerst zond ons land geld, maar later werd het gedwongen om ook een leger uit te rusten. Al kwamen nu ook onze troepen te laat om aan de overwinning der Oostenrijkers bij Dettingen deel te nemen, toch werd ons deze hulpvaardigheid euvel geduid door Lodewijk XF, koning van Frankrijk, die zich met de vijanden van Maria Theresia had verbonden. Deze vorst had weldra de Zuidelijke Nederlanden bemachtigd, en in't begin van 1747 stonden zijne legers voor Bergen op Zoom, dal verdedigd werd door den bijna 90-jarigen generaal Cronström.

7. Intusschen had het gevaar, waarmee ons land bedreigd werd, eene zelfde uitwerking als in 1672. De stadhouder van Friesland, Willem Karei Hendrik

Sluiten