Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil men later echte Katholieken uit hen zien groeien.

4. De laatste helft der 17e eeuw is vooral een treurig tijdperk voor de geschiedenis der Katholieke Kerk in Nederland. Toen immers ontstond eene rampzalige ketterij , die zoovelen van de Moederkerk losscheurde. Een zekere Jansenius, in Gelderland geboren, had in zijne jeugd ? onderwijzers gehad , die valsche leeringen aankleefden. Hij verviel in dwaling en sleepte, vooral door een boek , dat hij later schreef, vele geloovigen en zelfs eenige geestelijken in de scheuring mede. Het was vooral in Frankrijk, dat de ketterij zich uitbreidde. Op goede gronden wordt beweerd, dat Jansenius vóór zijnen dood alles heeft herroepen , evenwel bleef het kwaad voortwoekeren , en de pogingen der Pausen, om de dolenden tot bekeering te brengen, waren zoo goed als vruchteloos. De hardnekkigen, van de Kerk gescheiden, wisten bij het bestuur in Holland zelfs eene vervolging tegen de trouwe Katholieken te bewerken. In 1723 kozen zij hier een eigen Aartsbisschop en vonden middel om hem te doen wyden. Ofschoon de Paus keuze en wijding onwettig verklaarde, richtten zij later nog twee bisdommen op: te Haarlem en te Deventer. De regeering der Republiek maakte geene moeilijkheid om al wat deze ketters deden , te bevestigen en goed te keuren. Toch is de ketterij in ons land zoo goed als uitgestorven en telt nog slechts weinige aanhangers. En de Katholieke godsdienst ? Ondanks eene vervolging van drie eeuwen bloeit deze in ons Vaderland en openbaart na de dagen van vernedering , die hij doorleefde , eene nieuwe levenskracht. Zoo blijft het werk van God bestaan, trots de tegenwerking der machtigen, en valt elke menschelijke in-

Sluiten