Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16. In d armen stal van Bethlehem.

1 In d'armen stal van Bethlehem Ligt Jesus, onze Heer,

Met schaam'le doeken overdekt,

On stroo in t kribje neer.

Geen aardsche glans, geen aardsche pracht

Omgeven 't teeder Wicht,

Niets is er, waaraan 't oog kan zien, Wie hier ter neder ligt.

2 Drie Wijzen komen naar den stal Van 't need'rig Bethlem heen,

Geleid door eene wonderster,

Die in het Oosten scheen.

Zij treden d'arme woning in,

En met eerbiedigheid Zijn zij geknield voor t godd lijk Kind, Wiens ster hen heeft geleid.

3 Zij offren aan het Kind hun goud, Als Koning van 't heelal,

En door den zuiv'ren wierookgeur,

Die opstijgt in den stal,

Erkennen zij in 't Kind hun God, Terwijl de mirre luid

Hun vast, onwankelbaar geloof ln Christus' menschheid uit.

Sluiten