Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. 't Hart vol vreugde gaan zij binnen, Zien de Moeder en het Wicht, Naast hen Josef, die, vol minne,

't Oog op beiden heeft gericht. Zwijgend vallen zij terneder

Voor dat Kindje, arm en kleen, O wat is dat bidden teeder,

Niets meer zien zij om zich heen.

4 Slechts dat Kindje boeit hun oogen, Treft hun harten wonderzoet,

't Doet hen bidden, diep bewogen,

Brandende van liefdegloed:

„Lieflijk Kindje, ons geboren,

„Schoon in windsels, onze neer, O, wil onze bêe verhooren, ^ n

„Geef aan d' aard den vrede weer.

)E ZOETE NAAM VAN JESUS.

17. Aan Jesus denken is reeds zoet.

1. Aan Jesus denken is reeds zoet,

't Geeft ware blijdschap aan t gemoed, Maar boven alle zoetigheid Is mij Zijn tegenwoordigheid.

Sluiten