Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21. Het lijden des Heeren.

1. Het uur van pijn, het uur van smarte, Geliefkoosd uur voor Jesus' Harte, Dat uur, zoo lang verbeid, begint.

Want Zijne liefde deed Hem wenschen Naar pijn en dood, tot heil der menschen, Die Hij tot 't uiterst heeft bemind, (bis)

2. Een bloedig zweet druipt van Zijn leden, Op 't zien der ongerechtigheden

Van 't menschdom, waar Hij nu voor lijdt; 't Gezicht der Hem bereide pijnen,

Die al te zamen Hem verschijnen, Verzwaart Zijn doodelijken strijd, (bis)

3. Doch, schoon Zijn krachten Hem ontzinken, Den laatsten druppel zal Hij drinken, Van dezen kelk, Hem aangeboön;

Hij laat zich grijpen, binden, sleuren, Met doorn en geesel zich verscheuren, Bespotten met geschimp en hoon. (bis)

4. Hij sterft... Natuur brengt Hem haar hulde; De mensch, ontslagen van zijn schulden, Is in een nieuw Verbond geleid.

„God heeft Zijn Zoon ten zoen gegeven," Zoo juiche.n wij in blij herleven,

„Geloofd zij Hij in eeuwigheid." (Bis)

Sluiten