Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Gelijk onder doornen de lelie bekoort,

Zoo zijt Gij liet sieraad der vrouwen, Ach, mocht ik, o Moeder van 't eeuwige Woord,

Toch al Uwe schoonheid aanschouwen; O, vlekk'looze Moeder, wat zijt Gij toch schoon ! Gij deelt in de schoonheid van Jesus, uw Zoon.

4. O, maagd'lijke Moeder, o, vlekk'looze Maagd,

Tot boven de sterren verheven,

Bekom ons die deugd, welke 't meest U behaagt,

En leid ons tot 't eeuwige leven;

Daar zingen wij eeuwig rondom Uwen troon: O reinste der maagden, wat zijt Gij toch schoon!

72. O. L. V. van altijddurenden Bijstand.

1. 't Getal van hen die lijden,

O Moeder, is zoo groot,

Wie meldt hun rust'loos strijden,

Wie meldt hun bangen nood? Gij steeds zoo goed en teeder, Zie, Moeder! op hen neder;

Refrein. Maria, Maria, Moeder, sta ons bij, Moeder, sta ons bij. (bis)

Sluiten