Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

89. O Gij, die troont.

1. O Gij, die troont,

Waar Jesus woont,

Zie gunstig op ons neder; Ons zondig hart Verkwijnt van smart,

Toon U onz' Moeder teeder. (bis)

2. Wij bidden U: Sla de^oogen nu

Op die Uw zegen vragen. Ten allen tijd Zal 't hart verblijd, U dankend lof toedragen, (bis)

3. Weer van ons af, Der zonden straf,

En 't onboetvaardig sterven;

Neen, neen, het kind,

Door U bemind,

Zal nooit genade derven, (bis)

4. Stijg, kindertoon,

Tot voor den troon,

Waarop Gij zijt verheven! Dan volgen wij U, kind'ren, blij,

In Sions zaal'ge dreven, (bis)

Sluiten