Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

110. H.H. Martelaren van Gorcum.

1. Wij zingen vol vreugde, met dankbaar gemoed,

Den lof van de negentien helden,

Wier namen en daden, gewijd door hun bloed,

De kind'ren der Kerk blijde melden. Zij leden en streden, hun Schepper ter eer, Nu glanzen hun kransen in hoogere sfeer.

2. Toen scheuring en dwaling Gods Kerke in rouw

In droefheid deed zuchten en lijden,

Toen waren 't, o Mart'Iaars, uw moed en uw Die 't harte dier Moeder verblijdden [trouw, Toen leedt gij, toen streedt gij, uw Schepper ter Nu glanzen uw kransen in hoogere sfeer, [eer,

3. Ja, Mart iaars van Gorcum! uw vroomheid en

Uw moed en geduld in het lijden [deugd, Vervullen ons hart met bewond'ring en vreugd'

Terwijl wij deez' zang aan U wijden. Gij leedt hier, gij streedt hier, Uw Schepper ter Nu glanzen uw kransen in hoogere sfeer, [eer,

4. Aanvaardt onze zangen, verhoort ons gebed:

Moog' deugd onze harten bekoren; Dat God, in Zijn goedheid, de dwaling belett'

En wij eens van Hem mogen hooren: Gij leedt daar, gij streedt daar, uw Schepper ter Nu glanzen uw kransen in hoogere sfeer, [eer,

Sluiten