Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1- .Li J. J J t 1 • 11 «

esiacnt eu ue auuer ue zoon van een DoerenKiDKei ware; zou aan e adellijke Ridder zich de vriendschap van ziin wapenbroeder niet

schamen ? — Zou deze zich even vertrouwelijk en vrij jegens znn meer verheven vriend gedragen kunnen? — Zou er geen jaloezie m zijn hart ontstaan, wanneer hij zijn voormaligen wapenbroeder door elk geëerd en gevleid, en zich zelf versmaad en veracht zag? — Neen, duizendmaal liever blijf ik in mijn onwetendheid, dan dat ik het gevaar loope van een vriend te missen."

„Gij hebt gelijk, duizendmaal gelijk," zeide Reinout, „ofschoon ik uiet geloof, dat iets ooit in staat zou wezen onze vriendschap te doen verflauwen; — maar met dat al: ik moet uit dien pijnleken staat van onzekerheid, die mij ondraaglijk is, verlost worden, wat het ook koste. Wat mijn ouders betreft, die verlang ik niet terug te vinden : daar zij onnatuurlijk genoeg waren, mij te verstooten, hebben zij alle aanspraak op myn liefde verbeurd; maar ik wil weten wat ik ben: ik wil niet langer blootstaan aan de aanmerkingen dier trotsche hovelingen: zoo ik, gelijk mijn hart het mij voorspelt, uit een aanzienlijk huis geboren ben, dan wil ik hun toónen dat ik met hen op ééne lijn kan staan."

„En zoo niet?" vroeg Deodaat.

„Zoo niet? — Welnu, dan verlaat ik dit hof en ga elders fortuin

zoeken; doch het is onmogelijk! — Ware intusschen die pelgrim

maar terug! Ik had hem de boodschap niet moeten opdragen, en hem althans dien brief niet moeten vertrouwen, die bijna het eenige bewijsstuk is onzer geboorte. Hij had een fielten-gezicht en heeft ons zeker misleid."

„Waarom altijd de menschen gewantrouwd ? Laat ons eens narekenen. Wanneer is hij van hier vertrokken?"

„In October of daaromtrent."

„De wegen zijn vrij. Hij kon in December te Yerona wezen."

„Indien hij niet eerst naar Rome en Loretto gegaan is, gelijk ik

vermoede."

„Dan kan hij moeilijk voor Maart in de hofplaats van Can Francesco') zijn aangekomen; en daar hij lang heeft kunnen rondzoeken, is er niets vreemds aan, dat wij nog geen tijding ontvangen hebben. — Zijn wij zeiven, toen wjj met den Graaf te Venetië waren, niet naar Verona gereisd, om op te sporen welke kennissen Carlo della Scala daar had gehad, die in staat waren hem een geschenk van twee kinderen te doen? en is onze tocht niet vruchteloos afgeloopen?"

„Een fraaie tocht voorwaar! Twee dagen zijn wjj er stil geweest,

') Can (hond) JTrancesco della 8cali was een dier machtlm Hertogen Tin

Verona, wier schepter zich eens uitstrekte tot verre over de grenspalen naar Brescla, Padua, Frloul en tot aan Triest. Zflne prachtige graftombe ls nog ln de kerk dl 8. 11 aria antloa te Verona aanwexlg, met het navolgende grafschrift prjjkende:

81 canis hlc grandls lngentla facta peregit,

Marchla testis adest, qnam saevo marte subegit. B. w. m. S

Sluiten