Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en toen moesten wij weer vertrekken, omdat de Graaf zijn vertrek naar Cyprus niet uit kon stellen."

„Wij zouden langer tijd gehad hebben," zeide Deodaat, „indien gij niet ontijdig twist gezocht hadt met een wapensmid, omdat hij ons voor studenten van Padua aanzag: waarlijk! een fraaie reden!"

„Hoe dit zij, wij hadden den tijd niet om behoorlijke navorschingen te doen; — en wij moesten ons schuil houden voor Can Franccsco, die ons als verspieders wilde doen vatten; — maar mij dunkt, dat, wanneer de pelgrim overal rondbazuint, dat de knapen, die bg Carlo della Scala zijn opgebracht, zich thans in hoog aanzien aan het hof des Graven van Holland bevinden, er zich wel iemand zal opdoen, die zich hunner aantrekt."

Deodaat haalde de schouders op en zweeg: en daar zij zich op dat oogenblik in 't gezicht van 's Graven jachtslot bevonden, liep hier hun onderhoud ten einde.

VIERDE HOOFDSTUK.

Keen neen, AehUlea' ziel kan zulk een hoon niet Ittden Kn trachten naar geen wraak.

Hnydecoper. Achllles.

Nadat Seerp Van Adeelen, van Feiko en Sytsken vergezeld, het tooneel des gevechts verlaten had, trad hij eerst met een bedaarden en langzamen, vervolgens, zoodra hij uit ieders gezicht geweken was, met een meer snellen en verhaasten stap, de lanen en kronkelpaden van het bosch door, totdat hij buiten den Hout gekomen was en op een weide kwam, welke hij dwars overstak en recht op een gebouw afging, hetwelk zich aan de overzijde aan zijn gezicht voordeed, en waar hij door een zijdeurtje, dat door middel eener plank met het weiland gemeenschap had, werd binnengelaten.

Het huis, waarin hij ontvangen werd, beval zich meer door zijn uitgestrektheid _ en ligging aan, dan wel door eenige fraaiheid van bouworde of sieraden. De voorkant, op den grooten landweg uitziende, van breede steenen te zamen gesteld en onregelmatig opgetrokken, droeg duidelijke blijken van trapsgewijze vergrooting: 't geen vooral daaruit te zien was, dat de poort of hoofdingang, die van zwaar ijzer was saamgesteld en met ettelijke gewelfde bogen omgeven, zich niet meer, gelijk te voren, in het juiste midden, maar op een derde van den voorgevel bevond. Deze geheele zijde was zonder eenig raam of uitzicht, behalve alleen een vierkant gat naast de poort, hetwelk echter met een verroest traliewerk voorzien was. Boven de deur ontdekte men een nis, welke vroeger met het beeld •ens heiligen geprijkt scheen te hebben, en naast de deur was een

Sluiten