Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8Ch"k (want Bij had de komst van Deodaat niet opgemerkt); doch antwoordde, zich terstond herstellende: „ik ben de vrouw

helpen" €r met; maar '* zal nu moe Uijk schikken n te

..R6, ®te,™ waa. po zoet en welluidend, en deed zich in zulk een zachten tongval hooren, dat Deodaat een oogenblik verlegen en opfnïüf™ van verwondering bleef staan: „Vergeef mij," zeide hij vervolgens. „ik heb, geloof ik, een dommen streek begaan; de duisternis belet mij te zien tot wie ik spreek, en welk een titel ik

°.Ahl!Vzötaï5 |vroeg eTanTrlief w°eTkïi

SS *" de «*-"'»' —

ni+Mjïï Q^>-vFneuinine% van hedenmorgen!" riep Deodaat vroolijk til'ii. herkende aan haar uitspraak zoowel als aan haar

tt? ?^Sim Je en v^*i8ëen lichaamszwaai.

.her?am Sytaken: „ik zal licht opsteken; want de kat lamp?" m duisternis zien. Vrouw ! waar bewaart gij de

I. *whter'0p den s®hoorsteearand," antwoordde, uit de in den donkeren noek aanwezige bedstede, een flauwe stem, welke Deodaat voor die van des boschwachters huisvrouw herkende.

_rf?A kjeu}e Friezinnetje klom op een bank en kreeg niet zonder moeite de lamp van hare plaats, waarna zij gehurkt bij het vuur ging zitten om licht te verschaffen; maar vruchteloos bracht zij het eene aangestokene strootje voor en het andere na bij de pit: het vlammetae was uit eer de olie vuur vatte. * P

ff1 Z1.e° °{ ik u helpen kan," zeide Deodaat, toen het meisje mislukte pogingen onverduldig werd: „de tocht door dien

W ^ 5e, J'T» ujt:" en z'ch op de eene knie naast

. ^ dekte ,hjl het aangestoken vlammetje met znn toppermuts tegen de lucht, die van boven kwam, waardoor een herhaalde poging gelukkiger slaagde. en

j ,werd nu °P de tafel geplaatst; maar, was de verbazing ^o°t geweest, toen hij de liefelijke stem der onbekend! gehoord had, hij stond nu als opgetogen, toen hij haar, die zoo bevallig gesproken had, mocht aanschouwen.

.Joor zooveel men, nu zij gezeten was, haar gestalte kon beoor5rtu •' W8S Z1J vaDi Postuur; doch haar fijne leest was gewikwToir11 ®en ?.warten zflden mantel, die niets liet bespeuren dan de va?.e?n lelle7ltten arm, die, tegen de toen algemeen heerschende mode, tot boven den elleboog bloot, en om het lijf van een ziekelijk kind, dat op haar schoot lat, geslagen w«w ÏÏe kw 1™ hedekte het hoofd, en was onder de kin vastgestrikt,

tif +erk Vni om edelste en tevens innemendste wezenstrekken te beschouwen, welke immer in het hart eens jongelings tn«V^rWM hebben. Le strenge regelmaat des beloops van neus

wV Smirl j aaj prti der ?rieksche Juno herinnerden, was getemperd door den jachten, mmzamen opslag van twee

Sluiten