Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(zoo eenige ruw aaneengehechte planken dien naam verdienden) waa reeds ten halve weggerot of ingestort, en de houten wanden dreigden eerlang het voorbeeld van net dak te zullen volgen; geen blgk was er aanwezig dat dit verblijf ook zelfs den armoedigsten daglooner tot woning verstrekte of verstrekken kon: en het was dus niet zonder bevreemding, dat Reinout den monnik zag stilstaan en aan het deurtje kloppen, dat, even vervallen als de rest, slechts aan één hengsel meer vasthing.

Onze Ridder had zich mtusschen in het kreupelhout verborgen, ten einde te zien wat gebeuren zoude. Verre was hij van te denken, dat het getimmerte eenig menschelijk wezen bevatten zou, en het was voor hem een nieuwe stof tot verbazing, toen hij de deur niet zonder moeite over den zandgrond zag openschuiven en een hoofd zich aan den ingang vertoonen. Maar, wat Reinout het meest van alles verwonderde, was, aan den vooruitspringenden neus en de zwarte haren, in den tijdelijken bewoner van het schuurtje den

Eersoon van meester Barbanera te herkennen. Vader Syard trad nu innen en de deur werd wederom gesloten.

„Hoe komen die twee aan malkander? en wat kunnen zjj te zamen te verhandelen hebben?" waren twee vragen, welke zich zeer natuurlijk aan den geest van Reinout voordeden. Het vermoeden, dat een ontmoeting tusschen een Frieschen monnik en een duivelskunstenaar zeker niets goeds kon beteekenen, gevoegd bjj een nieuwsgierigheid, welke èn ae betrekking des paters tot Madzy èn de geheimzinnige taal van Barbanera eenigszins verschoonlijk maakten, deed hem een besluit vormen, 't welk hij zich te voren of in andere omstandigheden zou geschaamd hebben, en 't geen hem zelfs op dit oogenblik een blos op het aangezicht jaagde: — dat namelijk, van het onderhoud dier heide personen te gaan beluisteren. Met langzame schreden sloop en kroop hij achter struiken en struweelen om, zooveel mogelijk vermijdende, den voet op het krakende mos te zetten, dat zijn tegenwoordigheid zou kunnen veriaden, en nu en dan op handen en voeten voortschuivende, totdat hij zich achter het schuurtje bevond. Hier legde hij zich plat op den grond neder, en het hoofd op de hand leunende, keek hij op zijn gemak door eene der menigvuldige spleten naar binnen.

Wederom tot zijn bevreemding zag nij binnen die vier enge wanden een schouwspel, aat hem een oogenblik deed wanen dat zijn eigene oogen hem bedrogen. Barbanera, de kokeier, was zeer op zijn gemak (zooveel namelijk de gelegenheid eenig gemak aanbood) op een houten blok gezeten, het eenig meubel, dat zich in dit berooid verblijf bevond. Een dichte mantel overdekte al zijn ledematen, uitgenomen het rechterbeen, 't geen beter gemaakt en vaardiger scheen dan Reinout verwachtte, en waarmede hij nu en dan op en neder wipte, ol niet de punt van den voet in het zand figuren teekende. En voor hem stond de monnik, in dezelfde nederige en deemoedige houding, waarmede hij zijn Abt zou genaderd zijn. Geen van beiden spr,ak: maar het was duidelijk te zien, dat de geestelijke wachtte, dat het den kokeier behagen zou zijne rede tot hem te'richten.

Sluiten