Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter Cezar verrichten liet. Kort bij hen liepen het paard en het

gro=WHat u g0e'ie eendracht "aast elkaar en scheerden het jeugdige gras, dat langs den weg groeide. J 8 8°

Het gezicht van des bedriegers handlanger deed de eramschau

des te feller gloeien. Met fonkelende oogen en vel

haasten stap trad hij op hem toe en brak den loop zijner potsen

ïbi?' ""8: 88

.Zoek mij geen logens op de mouw te spelden, ellendeling!" zeide fr:fj beh°or, "let tot hfn, die zich door u laten misleiden. hXb.rindt» B* «ich »i«l M»-

t.r"W jïïfuf h,m <«"»«*' -de »«»

„Kn gij ook, klein nest! zoekt gij al zoo vroeg te bedriegen? Waar is dan die meester Barbanera?'' ë

Dit zeggende liep hij in drift den elzenscherm door en de hut intafel 0z;"eiideOOrWerP' aanschouwde, was Barbanera, aan dé

Een soort van duizeling overviel Reinout op het onverwachte schouwspel: hij bleef aan do deur staan alsof hij door den bliksem getroffen was» de verontwaardiging en toorn, welke zijn ziel ver\ulden, hadden plaats gemaakt voor een verbazing, welke hem het vermogen tot spreken, ja tot denken benam. Hoe was die Barbanera dien hij slechts weinige oogenblikken geleden binnen de schuur Wol gezien had, door tooverkracht op eens in de woning van Walger overgeplaatst? Ziedaar, wat hij niet beseffen, niet opussen kon. Zijn verwilderde oogen dwaalden van den duivelskunstenaar

hifhAt10™1 ? met- rwonden hoofd en n°8 bleek gelaat

tloi aari . spinnewiel zat, en van deze weder naar den

kokeler, zonder dat hij het onverklaarbare van hetgeen hij gezien

!f zinsbeTo?ienteM8^hr5venen d°°r ^ beWerin«

ik aaS oase {^raak'^^uw^en."^"^116'4' " 'tItaUaan8eh' "dat

Deze weinige woorden verbraken de bezwering en gaven den

m trad m9+ Jeei*racht terug. Hij wierp de deur achter zich dicht en trad met forschen stap naar de tafel: „bedrieger!" riep hij

beoogt1"5?" verderf van den doorluchtigen Graaf

„Ik versta n niet," zeide Barbanera, altijd in 'tltaliaansch, en

P,lVi!a\i on,- fu,tstr,d?.or de forsche taal van Reinout: „indien uwe Ëidelheid geliefde Itahaansch te spreken."

,Veins slechts, mij niet te verstaan! — Heb ik u niet zooeven met dien monnik zuiver Nederduitsch hooren spreken?"

Ue kokoler haalde zuchtend de schouders op, en Reinout herhaalde zijn gezegde met dubbele kracht in 'tltaliaansch.

Sluiten