Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Gjj zoudt den moed niet hebben van den man te dooden, die zorg droeg voor uw kindsche jaren," zeide Barbanera.

„Hoe!" riep Reinout, verbaasd zijn dolk latende zakken.

,'üj kunt den dag niet vergeten zj'n, toen gij in den vijver gevallen waart en de getrouwe Paolo u met eigen levensgevaar daaruit haalde."

Reinout sidderde en zag den kokeier sprakeloos aan.

„Deze lange haren en baard hebben mijn gelaat veel veranderd; dan ik dacht niet geheel onkenbaar te wezen voor de oogen mijns vocdsterlings." Dit zeggende nam hij zijn hoofddeksel af en streek zich de haren van 't voorhoofd.

,Paolo!" riep de jongeling uit: „zijt gij het waarlijk?"

„Wacht!" vervolgde de Kwakzalver, zich zoodanig omwendende dat Elske zijn beweging niet zien kon, en meteen den valschen neus, die hem vermomde, even aflichtende: „herkent gij mij nu?"

„Ik herken u," zeide Reinout: „maar nog begrijp ik niet...."

„En gij wildet mij dooden? mij, met wien het geheim uwer geboorte ten grave zou dalen?"

„Maar, waarom hebt gij u niet terstond bij mij aangemeld?"

„Wist ik, of gij den ouden Paolo zoudt willen herkennen? Weet

ij, 01 ik onaerricnt ware, aat gy u mer bevondt ï Zijt gij overtuigd, at de berichten, die ik brene. u aangenaam zullen wezen?"

Reinout zweeg een oogenblik en zag eenigszins onthutst voor zich neder. „Paolo!" zeide hg eindelijk: „geloof dat elk bericht, van welken aard het ook zij, mij welkom wezen zal, mits het mij slechts uit mgn ondraaglijke onzekerheid redde. Spreek dan, en wees overtuigd, dat, wat gij mij ook melden moogt, gij u aanspraak op mijne dankerkentenis verwerven zult." — Dit gezegd hebbende nam hij tegenover Barbanera plaats, in de houding van iemand, die een belangrijke mededeeling en een lang verhaal verwacht; namelijk, hij stak de beenen voor zich uit, liet een arm naast zich neerhangen, leide een elleboog op tafel en zijn kin op de opene hand en zag Paolo strak in 't gelaat.

„Gij weet," zeide deze: „dat het huis van Salerno sedert de onheuglijkste tijden tot de aanzienlijkste van Verona behoord heeft. Van mijn jeuga af was ik een kliënt van dat huis, en diende, gelijk mijn vader vóór mij deed, den edelen Graaf Luigi, het hoofd van dat geslacht. Hij was een edel Heer, Signor, die zich veel roem had verworven in krjjg en onderhandelingen: en gjj zult wel op deze of gene wijze van zyne daden gehoord hebben."

„Ga voort! en verleng uw verhaal niet door onnoodige uitweidingen," zeide Reinout.

„Nu, deze Graaf Luigi was dikwijls neerslachtig, dat hij geen zoon had, op wien hjj zijn naam en bezittingen kon doen overgaan. Vruchteloos had hjj kerken begiftigd en aalmoezen uitgereikt. Het huis van Salerno was bestemd in hem te eindigen. Weinige vaders hadden echter zoovele redenen tot troost; want zgn dochter Bianca was van hare kindsheid af beschouwd als het' pronkjuweel van Veiona. Het was dan ook geen wonder, dat de aanzienlijkste Edelen

Sluiten