Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er was niets tegen dit voorstel in te brengen; en de vier hoofdpersonen van het gezelschap namen plaats op den heuvel, terwijl het gevolg zich een weinig verder tegen de helling van het duin nedervlijde.

Zijt gij aan uw bruidskrans bezig?" vroeg vader Volkert na eenige oogenblikken stilte aan Madzy, die zich onledig hield met de madeliefjes, die aan hare voeten groeiden, op eene, aan mijn lezeressen gewis niet onbekende wijze aan elkaar te hechten.

„Dat heeft nog zulk een haast niet," antwoordde zg blozende.

„Nu, misschien wel," zeide de Abt: „althans ware ik Seerp Van Adeelen, ik zou niet langer meer willen wachten: vooral sedert de hofvlinders rondom u zijn komen vliegen.... Ja! die veroorzaken hem, geloof ik, onrust en kwelling genoeg! maar dat had hij kunnen verwachten, toen gij met hem van wal zijt gestoken."

„Wat meent gij, Eerwaarde?" vroeg Madzy, hem eenigszins verwonderd aanziende. .

„Wel!" zeide de Abt, „ik behoef u toch het oude orakel niet te herinneren, dat bij de stichting van Dekamastins door den Abt van Bloemkamp is uitgesproken. Laat zien, hoe luidt het ook?...."

„O! bedoelt raj dat¥" hernam Madzy: „haal dat maar niet op," voegde zij er haastig Dij, als wilde zij een onaangename herinnering ontwijken.

Maar vader Volkert liet zich niet van zijn tekst brengen. Het is algemeen opgemerkt, dat zelfs de meest wispelturige menschen nimmer zoo vasthoudend zijn, dan wanneer zij zich iets weder zoeken te binnen te brengen, dat ten deele aan 't geheugen ontsnapt is: hoeveel te meer iemand als onze Abt, wiens gedachten zelden aan vele afwijkingen voet gaven. Zonder op het smeekend gelaat van Madzy te letten, bleef nij zoolang de voorspelling betreffende den huize Dekama (waarvan wij in ons zevende hoofdstuk de twee eerste regels hebben aangehaald) nakauwen en in zich zeiven opzeggen, tot hij zich die eindelijk geheel herinnerd had en op een zegepralenden toon zonder haperen kon opsnijden:

„As Dekama sine Rose forliest,

In dy for Frieslan dat seawetter kiest,

Den schille, om har to ploaitsen, komme

Fuwgelt fen alle wioecken in plommen;

Den schille jse wijllje in declinearje,

In 'thaedken hingje litte droaf;

Mar wer bloeie in prospereane,

As de Foarstene plun wirdt Frieslans roaf."')

„Als Dekama zijne Boos verliest.

En deze voor Friesland het zeenat kleit.

Dan zullen, om haar te plokken, komen

Vogels van alle wieken en veeren;

Dan zal z)j welken en verkwQneu,

En 'thoofdje droef laten hangen;

Maar weer bloeien en tieren,

Als des Vorsten bnlt Friesland ten deel valt."

Sluiten