Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik zie niet," zeide Madzy, hare onrust door een half schertsenden toon zoekende te bewimpelen, „wat ik met die voorspelling te maken heb." r

„Niet!" herhaalde de Abt verbaasd, „spreekt dat orakel niet van de Roos van Dekama? En hebben de minnezangers n niet uit éénen mond met dien naam bestempeld? En zqt gij niet over zee gekomen ? En zwierven er niet vogels van alle veeren om u heen? En hing uw hoofdje, toen gjj daareven uw kransje zat te vlechten, niet zoo droef op zijde als een geknakt bloempje?"

„De eerwaarde Vader heeft geen ongelijk, Madzy!" zeide Aylva, die tot nu toe vermeden had zich in het gesprek te mengen, als had hij de wending, die het nam, willen afwachten: „ik mag het u met verzwijgen, hoe noode ik er van spreek; — want het is een harde zaak, aan een jong en vroolijk meisje terughouding en behoedzaamheid te willen voorschrijven en haar af te houden van hetgeen, waarin zij niets ziet dan een onschuldig vermaak; — maar gij zult u in acht moeten nemen aan dit weelderige hof."

„Is mijn waarde^ voogd over mij ontevreden?" vroeg Madzy, terwijl een traantje in hare oogen blonk en zij zachtjes haar hoofd tegen zijn schouder drukte, gelijk een kind dat om vergeving vraagt.

„Neen mijn kind! ik ben ontevreden op Adeelen en op mij zeiven; want wij hadden moeten voorzien wat srehenren znndo WK

hadden u in Friesland moeten laten en u niet in de celeirenhpid !

stellen van aan een hof te verschijnen, waar een oogenblik genoegen wellicht voor de rust van uw volgend leven kan gekocht worden."

„Versta ik u wel?" vroeg Madzy, wier hart op dit oogenblik do beteekenis van Aylva's woorden reeds vooruit liep. „Waar ziit gii bevreesd voor?"

En met een heimelijk beven wachtte zij het antwoord af.

:.^e Graaf" zeide de Olderman, nadat hij haar een wijl met vriendelijken ernst had aangestaard, „heeft gisteravond nog veel met mij over u gesproken: — hij heeft zich eindelijk vrij duidelijk uitgelaten, dat het hem niet ongevallig zou wezen, indien er huwelijksverbintenissen plaats grepen tusschen zijne volgers en de Friesche erfdochters."

„Denkt de Graaf," vroeg de Abt, „dat het in Friesland aan mans ontbreekt?"

„Het is genoeg bekend," vervolgde Aylva, „hoe Willem van Henegouwen, wanneer hij eens een denkbeeld heeft opgevat, daarvan door geene redenen is af te brengen en integendeel m alle voorkomende zwarigheden slechts een nieuwen spoorslag ziet om naar zijn doel, door welk middel ook, te streven. Ik schrijf dan ook daaraan de pogingen toe, door hem aangewend om u op het feest te duen verschijnen."

„Ik zal mij op geen zijner feesten meer vertoonen," zeide Madzy.

„Het ware, zooals nu de zaken staan, een onvoorzichtigheid," zeide Aylva, „u opnieuw aan zijn uitnoodigingen te onttrekken. Wij moeten vóór alles mijden, hem noodelooze redenen tot misnoe-

ffAn er Air O Tl Allaolan OA11 mii» J

»— fwu ncwivui juiijii wuuiueu aan uwaze vrees-

Sluiten