Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders dan een ten hove gewone beleefdheid jegens mjj in acht genomen heeft, een dwaasheid zijn, mi] te beminnen: en in mij een nog veel grooter dwaasheid, zijn liefde aan te hooren. Green uitlander als hij zou in Friesland als de echtgenoot van Madzy Dekama gedold worden; en mijn goede naam ware voor eeuwig verloren, indien ik mijn land verzaakte om een vreemdeling zonder fortuin of afkomst te volgen. Neen, zoo ik immer rust en geluk wil smaken, het is voor mij slechts in het land mijner vaderen te vinden: en gelijk de zwaluw slechts nestelt aan het dak waar zij uitgebroeid is, en niet met den vink naar vreemde luchtstreken reist, zoo mag ook de Friezin alleen in Friesland haar gade vinden."

ZESTIENDE HOOFDSTUK.

Adusta ls alleen de bron van al uw tranen:

Hy zette, razende van minnenijd en smart,

Om 't missen van z{jn prooi, zyn' vriend een dolk op 't hart.

Van Merken. Loulze d'Arlao.

Het maal, dat op 's Graven jachtverblijf was aangericht, beloofde al de feesten, welke tot dien tijd in Holland gegeven waren, in pracht en rijkdom te overtreffen. Daar het weder, hoe ongestadig anders hier te lande, sedert een geruimen tijd zoo aanhoudend gunstig was, alsof het voor de feestvieringen ware uitgekozen geweest, Lad men zonder eenige moeite de toebereidselen op den Vogelesang kunnen maken. Vermits het jachthuis te klein was om de genoodigden te bevatten, waren er ter zijde van het gebouw verscheiden tatels aangericht van een aanzienlijke lengte, omringd van banken, die wel uit ruw hout samengesteld, maar met sierlijke kussens overdekt waren. Op en om die tafels waren al de fraaiigheden ten toon gesteld, welke> de kunst in die eeuw bekwaam was op te leveren. Zoo prijkten hier, instede der plateaus van lateren tj'd, twee gansche kasteelen op tafel, met hun schansen en torens, van welke oe banieren des Graven waaiden en waar binnen zich een deel hoornblazers _ bevonden, die gedurende den maaltijd het gezelschap op hun muziek moesten onthalen. Zoo stonden er onder de hooge linden rijke dressoiren of aanrechttafels, waarop blinkende vazen en kannen en koelvaten van allerlei vorm en metaal pronkten, en welke, vreemd genoeg, door tamme beren werden bewaakt, die geleerd hadden, bij de aankomst der gasten, de spietsen, waarmede zij gewapend waren, ter aarde te buigen. Maar, wat de meeste bewondering verwekken moest, waren drie nagemaakte olifanten, zoo groot als in 't leven, maar welke de dorpsschilder, die waarschijnlijk nooit deze dieren gezien had, ter eere van 's Graven blazoen, met roode, gele en zwarte strepen had beschilderd. Uit den snuit des

Sluiten