Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,ik ben Seerp Van Adeelen," was het antwoord, dat vader Syard bad opgesteld en waaraan Seerp een balven nacht besteed haa om het zich in 't hoofd te prenten: „en ik kom gewapend en te paard, als eenen edelman betaamt, om een rechten kamp te wagen en mijn uitdaging gestand te doen tegen Willem, Grave van Henegouwen en Holland; en ik neem tot getuigen van mgn goed recht aan, Onzen Heere, Onze Lieve Vrouwe en mijn Heere Sint-Nikolaas. Ik verlang, dat gij mii mijn gedeelte van het veld, van den wind, van de zon en van alles, wat oorbaar en noodzakelijk is, toestaat. En dat gedaan zijnde, zal ik mijn plicht doen, met de hulpe Godes, Onzer Lieve Vrouwe en van mijn Heere Sint-Nikolaas, te voet of te paard, met al zulke wapenen als door de Kamprechters zal goedgevonden worden."

Zoodra deze litanie aan den Wapenkoning was overgebracht, gaf deze last, dat de trompetters zouden blazen en dat de verweerder zoude uitgeroepen worden om namens den Grave van Holland en Henegouwen tegen Seerp Van Adeelen op te komen. Maar vruchteloos klaterde het luide geschal door de lucht. Niemand beantwoordde de indaging.

„Men moet wachten," zeide Paypaert: ,de verweerder moet den behoorlijken tijd van drie uren hebben: en is hij dan niet verschenen, dan kan de indager geacht worden aan zijne verplichting voldaan te hebben." Maar het eerste uur verstreek 'en hot tweede ging mede voorbij, en niemand was nog aan den ingang van het krijt verschenen.

Het volk morde en mompelde luidkeels en woelde onvergenoegd over het plein dooreen. Nu eens ging er een gedeelte verveeld en knorrig van het plein af, maar keerde, even spoedig als het vertrokken was, rat nieuwsgierigheid weer terug: en schier elk bevond zich in dien toestand, waarvan meer dan een onzer lezers wellicht meermalen de onaangenaamheid zal ondervonden hebben; dien toestand, waarin men verkeert, wanneer men, 'tzij het begin van een lang beloofd vuurwerk, 't zij de ontknooping van een langdradig tooneelstuk, 't zij het toegezegd bezoek van een ouden vriend, die wegblijft, 't zij de aankomst eener diligence, die een ongeluk gehad heeft, wachtende, even onwillig is, langer te verbeiden, al9 te vertrekken.

De jonge edellieden, die langs de zitplaatsen heen en weder liepen, waren, met minder dan de oude Wapenkoning, verontwaardigd over de schande, welke de Graaf zoude te lijden nebben, indien er zich

een Kampvecnter opdeed om zijn goed recht te verdedigen, en onderielden zich r3eris met warmte, en overluid, over de noodzakelülthftiri.

dat, zoo niemaiiw in het krijt verscheen, een hunner de plaats des uitblgvenden vervulde.

„Bij den baard van Sint-Bavo!" riep de wapensmid, onverduldig: „zal die satansche Fries onzen Graaf en ons hier ongestraft blijven uittarten? Ha! zoo de oude^ Paypaert de kampwerf niet ontzeideaan al wie geen adellijk bloed in de aderen heeft, ik zou met genoegen eens binnenstappen, en dien hoovaardigen ruiter voor de eer van Holland durven staan, zonder ander wapen dan mijn moker: en ik

Sluiten