Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou wel willen zien, of hij mjj met z^jn degen of heirbnl aan t lijf zou komen, en of ik hem met zoo plat zou beuken als een haardplaat.

„Des te eerder," zeide Claes Gerritsz, „dewijl gjj het harnas zelf vervaardigd hebt, en dus best in staat ziit, de plaatsen te kennen, waar de minst deugdzame spijkers zitten.' .

„Oho," zeide de smid: „zoo Melis Courtz uit den Anegang den kolder gemaakt had, nam ik aan er schub voor schub uit te slaan; maar ik zet het den besten, eenige fout in een harnas te vinden, dat uit mijne smidse komt" ,... ,

.Hei ho! meester helmsiager!" riepen op dit oogenblik de stemmen van ettelijke edellieden, die zich tusschen den volkshoop neen naar hem toe drongen: „hebt gij geen kuras voor ons gereed?

„Ik zou u het beste, dat ooit uit mijne werkplaate te voorschijn kwam, voor niet leveren," antwoordde de vaderlandlievende smid, .indien hij, die het aantrok, dien snoever met voordeel bestreed; — maar bij alle duivels! de schelm zelf heeft den laatsten kolder, dien ik vervaardigd heb, aan zijn bast, en een deugdzaam harnas ook, dat beloof ik u. Ik wilde, dat mijn arm melaatsch ware geworden, toen ik er de nagels insloeg." . . ,.

„Dat u de nikker hale!" riepen de edellieden uit: „ongelukskind! waar zal men wapenen vinden? Hoor hem eens balken, den onbeschaamden Fries!'f — want Adeelen, zoowel om de gemeente te tergen als uit verveling, liet niet af, de kampplaats op en neder te rijden, al roepende: „Welnu! dappere Hollanders. Laat gjj u door een Fries uit het veld slaan? en is er niemand, die moeds genoeg heeft, de eer van uw Graaf op te houden?"

„Bij mijn ziel! ik bedenk daar iets!" riep een der jonge edellieden uit: „laat ons naar de Sint-Jans-Heeren gaan; daarzjjn zeker wapenen te vinden." — En allen, zich verwonderende dien inval ook niet te hebben gehad, volgden hun metgezel naar het klooster in do Jansstraat. Maar toen zij daar gekomen waren, vonden zij hun bedoeling reeds voorgekomen. Op het kloosterplein zat de eerwaardige Kommandeur, Heer Hugo van Koukerk, reeds in volle wapenrusting te paard, omringd van zijn ridders. Hij had de Gravin, die reeds vroeg in den morgen naar s-Hage vertrokken was, uitgeleide gedaan (de Graaf zelf was op den Vogelesang blijven slapen) en had bij zijn terugkomst vernomen, wat er op het Zand te doen was. lerstond was zijn besluit genomen geweest: hij had zich laten wapenen en was nu vaardig om do eer des Graven in den kamp te gaan hand*

hdMaar toen hij, aan het hoofd zijner Ridders en omringd door de verheugde edellieden, de groote Markt opreed, ontdekte hfl aan het uitbundig gejuich der menigte, en aan het plotseling steken der trompetten, dat hij reeds in zyn oogmerk was voorgekomen, en dat

oen onbekende Ridder, in een eenvoudige wapenrustuig zonder blazoen

of leuze het krijt was binnengereden. De Heraut, die door Faypaert was afgezonden om naar den naam en de reden zflner komst te vernemen, kwam bij den Wapenkoning terug, met het bericht, dat de kampioen, d» voor den Grave optrad, hepi ten opzichte van zflne

Sluiten