Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erkennen, daar het slechts van zijn weerpartij bad afgehangen, hem, toen hij ontwapend was, ter aarde te vellen.

Dan op datzelfde oogenblik werd de aandacht der menigte opnieuw gewekt door do komst van een aantal ruiters, aan wier hoofd zich de Graaf zelf bevond, die hun schuimbekkende en hijgende rossen het strijdperk binnendreven. Ten einde de oorzaak hunner verschijning op dit oogenblik op te helderen, zal het noodig zijn, dat wjj eenige stappen in ons verhaal terugtreden.

ACHTTIENDE HOOFDSTUK.

Lodewijk. Maar wy moeten van den waard.

Daar wy logeeren, nu vertrekken naar een ander.

Jas. Dan ls het noodig dat lk ook mijn kleed veranderLangendyk. Het wederzijds huwlgksbedrog.

Na den afloop van het feest op den Vogelesang was de Gravin met het grootste gedeelte van den hofstoet naar Haarlem gekeerd, ten einde van daar met het aanbreken van den volgenden dag naar 's-Hage op te breken. De Graaf, het noodzakelijk oordeelende, zijn vazallen bijeen te roepen en de goede gezindheid der steden te polsen betreffende een oorlog met het Sticht, had bepaald, dat het gansche hof zich weder naar de hofplaats begeven zou. Hij zelf was echter met Beaumont, Naaldwijk, Teylingen en Walcourt op het jachthuis gebleven en had er den avond in gewichtige beraadslagingen doorgebracht, het oogmerk hebbende, om den dag daar Aan, 11a alles verricht te hebben, wat nog te doen stond, zich naar 's-Hage te begeven.

Hiertoe behoorde in de eerste plaats het antwoord, dat hij nog .aan de Friesche afgevaardigden schuldig was. Hij was moede van 4e rol, die hij ten hunnen opzichte gespeeld, en van de verkeerde uitwerking, dié zijn stelsel van welwillendheid had teweeggebracht: hij achtte zijn waardigheid gekrenkt en bad daarom den raad zijner gunstelingen in den wind geslagen, die hem> vergeefs voorstelden, dat het, nu men een oorlog met Utrecht in den zin had, van dubbel belang was geworden de Friezen te winnen en zich geen twee vijanden voor eenen op den hals te halen. Deze raadgeving deed bij Willem een juist tegenovergestelde uitwerking dan men bedoelde; want hij behoorde tot- die menschen, die somtijds uit vrijen wil, maar nooit door dwang of uit nood inschikkelijk zijn: en het was ten gevolge van zijn in dezen genomen besluit, dat hjj 's morgens bjj zijn ontwaken dadelijk last gaf, do Friesche Heeren te ontbieden. . •

Nauwelijks was de dienaar, aan wien h(j dit bevel gegeven had,

Sluiten