Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij den Jonker van Teylinger-Bosch') geleend, die, ofschoon hij ze zelf niet meer gebruiken kan, altijd een kabinetje van wapenen nit al de werelddeelen bewaart."

„Daar alles na in zooverre voorspoedig afgeloopen is," zeide Graaf Willem, „gelooven wij best te doen met hoe eer hoe beter naar 's-Hage te vertrekken; maar eerst moet ik nog dien Friezen hun afscheid geven en het hun doen heugen, dat zij mij beleedigd hebben."

N dienaangaande zijne bevelen te hebben gegeven, reed Graaf Willem met de zijnen onder de herhaalde kreten aes volks het perk uit en begaf zich naar het Sint-Jans-klooster. terwijl een zijner dienaren aan Aylva en den Abt den last overbracht, hem aldaar te volgen en zich daarna met dezelfde boodschap vervoegde bij Adeelen, die zich nog altijd op de plaats bevond, waar hij door Beaumont was overwonnen geweest. Somber in zich zelf teruggetrokken stond hij daar, de armen over elkander geslagen en met een gelaat, waarop spijt over zijn nederlaag, en tevens een hooghartige trots te lezen waren, niet ongelijk aan dien, welken een scholier, die zich reeds man gevoelt, aan den dag legt, wanneer hg door zijn meester getuchtigd werd. Hij verwaardigde 's Graven bode met geen antwoord; maar, zijn schildknaap roepende, ontdeed hij zich van zijn helm: en de muts, waarmede hij dien verwisselde, diep in de oogen drukkende, ging hij met zijn medeafgevaardigden naar het klooster.

Zij vonden er den Graaf in een klein spreekvertrek, slechts van weinige getrouwen omgeven. Toen zij binnen waren getreden, wierp Willem hun een norschen blik toe en sloeg terstond de oogen weder op den grond, haastig sprekende en strak voor zich ziende, evenals iemand, die, eens een besluit genomen hebbende, niets wil zien noch hoorcn, dat hem in het uiten daarvan zoude kunnen verhinderen.

„Mijne Heeren van Friesland!" zeide hij, „de zaken van dit Graafschap vereischen ons vertrek naar 's-Hage. Vooraf echter achten wij het betamelijk, u ons laatste besluit mede te deelen. Wij kiumen in geen voorwaarden of schikkingen komen met ongehoorzame onderdanen. Indien gij ons terstond uit naam der Edelen en Steden van Friesland hulde wilt doen als uwen wettigen Heer, zal hei gebeurde vergeten en vergeven zijn: — zoo niet, dan is uwe verdere tegenwoordigheid hier onnoodig, en zult gij u niet later dan op den dag van morgen naar huis begeven en uwen lastgevers bericht brengen, dat zij eerlang onze nadere bevelen ontvangen zullen."

Dit gezegd hebbende, vestte hij op Aylva een doordringenden blik, om de uitwerking zijner woorden te zien. Zonder van zijn stuk gebracht te zijn, antwoordde de Olderman met waardigheid:

„Graaf! het vrije volk van Friesland zou uwe Genade met welgevallen tot zijn beschermheer en bondgenoot aannemen: maar het

') Teyllnger-Boich, by den Vogelesang, niet te verwarrenmetTeyllneen bjj Suienhelm.

Sluiten