Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer plaats nemende: „wat het paard van dien Ridder betreft, ik heb het niet gestolen, maar in 't bosch opgevangen: en daar het op den stal van 't kasteel staat, kan hg het ieder oogenblik van den dag terugvinden. Zoo ik reden had van uit Holland te vluchten, hg zai ze ook wel gehad hebben en misschien erger dan ik."

Reinout zweeg en sidderde: de woorden van Walger hadden een dieper uitwerking gedaan dan deze zelf vermoeden kon.

„TComt!" zeide een der boeren: ,laat ons een einde aan al dat gehaspel maken. Het wordt laat: nog één kroes en daarmede afgedaan."

„Wel gezegd," zeide Daamke: „het is altijd betamelijk ter ruste te gaan, wanneer de kan ledig is."

Allen dronken hierop, behalve Reinout, die met groote stappen het vertrek op en neder wandelde. Zoodra de drank op was, trok ken de dorpelingen af en begaven zich de gasten naar hun slaap verblijf. Walger wierp zich zonder een woord te spreken op zün le-

ferstede, alwaar weldra een zwaar gesnork aanduidde dat hij in iepe rust was: de hansworst volgde zijn voorbeeld en Barbanera maakte zich gereed hetzelfde te doen, toen Reinout hem weerhield. „Gij z\jt mij nog het einde van uw verhaal schuldig," zeide hij in Xtftl ïtmnsch.

„Wat zal ik u zeggen?" zeide de kwakzalver, de schouders ophalende en Reinout met een blik aanziende, die zooveel zeide als: „gij zult thans minder dan ooit in staat zijn, mijn ontdekkingen

goed te beloonen," — „ik heb u niet veel meer te verhalen; want et zal hoe langer hoe meer onzeker zijn, of gij, dan wel uw vriend Deodaat de echte zoon van Bianca is."

„Mfjn vriend Deodaat slaapt om niet weer op te staan," antwoordde Reinout met een somberen blik: „welke rechten hij moge gehad hebben, z\j zijn in de mijne versmolten. Er is geen keuze meer tusschen hem en mij."

„Met dat al:" zeide de kokeier

„Hier Paolo!" zeide Reinout, hem naar zich toe trekkende: „ik vermaan u, niet langer met mii te spotten. Bij God! ik heb gedaan wat ik onmogelijk Tiad gedacht: ik heb mijn besten vriend, mijn wapenbroeder een dolk door het hart gejaagd. Gelooft gij dat ik, na zulk een daad, voor den moord van een ellendeling als gij nog zou terugdeinzen? Neen, bij de Almacht! Gjj zult mij alles mededeelen wat gij weet: en wel terstond. Rijkdom en eer, de helft van mijn vermogen wachten u zoo gij spreekt; — uw dood is zeker, zoo gij langer aarzolt!" ,

Paolo bedacht zich een oogenblik. Eindelijk, ziende dat het Reinout ernst was, en indachtig, dat zijn plannen, om zich te verrijken, toch zonder eenige vrucht zouden blijven indien hij niet sprak, gaf hij hem te kennen, dat hij alles verhalen zou wat hij wist. Voor wi; echter aan onze lezers den uitslag van hun onderhoud mededeeleii, voegt het ons te zien wat vader Syaxd wedervoer bij zijn avondbezoek op het kasteel.

Sluiten