Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zorg dat de Olderman daarna alleen door mg onderricht worde, wie

ziin ware zoon is." . , .

Met deze gedachten zette hij zich onder aan de trap, zich verheugende over de toekomstige belooningen, die hij verwachtte. De ongelukkige dacht weinig, dat zelfs het goud, zooeven ontvangen, hem van geen dienst meer zijn zoude. .

.Welnu! mijn waarde Pater!" zeide Arkel, zoodra vader Syard in ziin tegenwoordigheid stond: „hebt gij al eens over mijn voorstellen nagedacht? Hoe nu! geen antwoord! wat is er gebeurd? Uw oogen staan zoo verwilderd: uw gelaat is bleek als dat van een doode.

Hoogwaardigste!-' zeide de monnik: „ik bevind mij in de uiterste verlegenheid. Ik had mij belast, om Jonkvrouw Madzy Dekama, welke de Graaf van Holland in het klooster te Rijnsburg wilde plaatsen, door het Sticht heen, naar Harderwijk te brengen, waar ae Heer van Aylva haar wacht,. — en zij is dezen nacht uit de herberg verdwenen." , , .

Gij verwondert mij," zeide Arkel: „het was ook geene taak, passende aan een man van uwen stand en jaren, een jong meisje tot loi^amftTi te strekken. — Maar wat kan ik daaraan doen? — ik

ben geen omroeper." ... , ,

„O, wees edelmoedig, Heer Bisschop! ik ben een ndele dwaas geweest. Ik heb gesteund op eigen krachten en ben beschaamd gemaakt. Maar wees grootmoedig! Gelast dat men haar zoeke. Zi| moet hier

6r8MHnS waarde Pater!" zeide Arkel opeen deelnemenden toon: „ik ben hier geen meester. Wend u tot Wouter van IJselstein, die de Stichtsche benden aanvoert; klaag uw nood aan den Baljuw; dan hebt gij de burgerlijke en de gewapende macht op uwe hand.

En gij, zijt gij niet de Heer, net hoofd van Deiden? zeide de TnAnnifc met waardigheid. „Eén woord van uw mond en ik kan vrucht van mijn nasporingen verwachten. Weigert gij mijn verzoek, dan

stoot ik overal het hoofd."

Gij zoudt dus verlangen, dat ik, om een weggeloopen deerne, mijn voornemen verzaakte en de vermomming afleidde, die ik zoo

moeizaam bewaard heb?" . .

Gij zult die toch niet lang meer kunnen bewaren; men is op het dorp reeds nieuwsgierig. Men wil weten, wie de vreemde Ridder is,

die het slot betrokken heeft. Men voedt argwaan en al had men

dien niet, uw eer, uw plicht gebieden "

„Monnik!" zeide Arkel op een strengen toon: .wilt gij mij mijn

ph<Ja! daTmoet ik, wanneer gij dien vergeet. Een kerk, als die van Utrecht, een welvarend land als het Sticht, moeten met opgeofferd worden aan de dwaze grillen van ijdele staatzucht. Ik terg mogelijk uw gramschap; maar uw hart is te groot, te edel, om langer de rol vol te houden, die gij ter kwader ure gekozen hebt, die de omstandigheden voor een poos konden wettigen, maar die thans onbetamelijk, ja onstaatkundig wordt Wees u zelf weer. Treed als een waardig kerkvoogd voor den dag en handel, geliik net belang van

Sluiten