Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cehad: — ik weet niet, welk vreeselflk vermoeden mij beving, maar ik ondervroeg haar: en de overtuiging, die ik verkregen heb, is, dat die Friezin niemand anders -* dan de door mg altijd aan-

SejkezalMdl?ve^ekekte koppelaarster laten geeselen," zeide Arkel.

met de vuist op do tafel slaande. . . . , R„- ..

„Gij kendet mijne liefde voor dat meisje," vervolgde!Rernout. ,en

des Graven weten kunnen, hetgeen gij zoo gaarne zoudt wilïen

Ve^Wefaan!" zeide Arkel,met bitterheid: „het moge ontdekt worden: ik'heb mii over sreen sluipmoord te schamen. ,

„Neen? hernam Reinout: „maar een geestelijke die de wapens voert, is door die daad zelve vervallen van zijn ™ar^«^n

Arkel zweeg en ging met groote stappen het n ® J

terwijl zijn hoofd vervuld was met onaangename gedacl^. Wat baatten hem nn al zijn fijn gesponnen listen? wat de vemutUge wii7P waaron hii Madzv in zijn geweld had weten te nouflen en zich Van Reinout tot zijn belang bedienen? Hij

van ziin leven) door een folterenden hartstocht gekweld, waar n^ afleen verstrooiing gezocht had: hij had met taM «estaan voor het eenvoudige meisje, waarop hij zich gevieia naa mi rnrnakkeliike zegepraal te zullen behalen: en hij zag.zich inde

beschouwde. Hel was hem eyeojl» d«S«™-"V*" K, stroom over zijn landgoed heeft afgeleid, met de h°°P eebruiken tot voordeel van ziin plantsoen en landerijen tejrailen gebraiken, en die integendeel het nat boven peil zieWassen en alle moeite moet aanwenden om niet zijn oogst onherstelbaar bedorven te zien Maar zoodra Arkel eens zoovewe gekomen ?®"wis

begrip gekregen had van het netelige en hachehjke ziins toestands, riep hij zijn vindingrijken geest te hulp: en deze begafhemook^u niet: weldra was bij hem het besluit vastgesteld ««» tortwnu hoe geweldig die hem ook tegenwoei, een mannelijken weerstend te bieden. Hij besefte" intusschen, dat hem zulks met zoude kunnen

gelukken, dan ten koste zijner meest gehefkoMde uïtzichten, m^

gelijk de schipper, die een rrjke lading overboord p .

schip te behouden, zoo aarze de hij met, om de strelende hop* op het bezit der schoono Friezin te laten varen, zoo hi| door die op offering zijn eer en waardigheid voor schipbreuk behouden kon. Eerst echter trachtte hij nog eene poging te doen. ... .. .

„Reinout!" zeide hij: „ik belach uw ïjdel ?e^g-

is voorspoedig geweest: Graaf Willem is gekwetst in zijn tent terug gevoerd: de verslagenheid heerscht onder de Hollandsche benden.

Sluiten