Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.Uit deernis nam ik haar mede: zg had mü haar naam geopenbaard: — doch onder voorwaarde van geheimhouding: ik vono geene vrijheid, u dien mede te deelen."

,Zii gaf u haar naam te kennen!" „ . . ,

„Laat ik vervolgen: — hier komende, bevond zij zich te ziek om verder te reizen: ik liet haar genezen: mtusschen bekende zg mg haar afschrik voor u: — voor u, Reinout! die een onschuldigen medeminnaar in haar bijzijn den doodsteek had gegeven. — Daarom verzweeg ik aan u beiden, dat gij met elkander onder één dak

woondet.^edt zeker we] » ze^e Reinout, met bitterheid, „niets daarvan te melden aan uw bijzit: men kan met zulke kostbare schatten

niet te geheim wezen." . . . . ,

Ridder!" zeide Arkel op een toon, welken Reinout met miskennen kon, „bij de eeuwige zaligheid, welke ik eenmaal hoop ra te gaan! zooverre is het er van af, dat Madzy Dekaina mijne bijzit zoude zijn, dat ik u plechtig kan betuigen, nooitf een meer zuivere, meer engelreine ziel te nebben loeren kennen*

„Ik geloof u," zeide Reinout: „verder!" .

lik poogde echter, haar afkeer tegen u te overwinnen. Tot dusverre ben ik slechts ten halve geslaagd. — Welaan! — na hetgene er tusschen ons" is voorgevallen, kan ik niet langer met u als met een vertrouwden vriend, gelijk te voren. omgang hebben. Wij moeten scheiden. — Verlaat mij, verlaat Utrecht! — voer Madzy met u' — tracht haar afkeer in liefde te veranderen: — en voorts, neem dézen ring: Aylva zal hem erkennen: het was zijn gift aan uwe moeder Bianca di Salerno: neem dezen brief, dien zij aan Carlo della

Scala schreef om " _ , , . -r»

„Mijn God! de brief, dien wg aan den Pelgrim medegaven! Hoe

komt gij aan deze stukken?" , ■

Om Vt even! gn weet dat Barbanera in mijnen dienst was: —wat hij" u voor goud wilde afstaan, geef ik u om niet: — en nu, verzuim geen tijd, om de gunst des Oldermans te winnen. Madzy zal wellicht aan den zoon van haar voogd de hand schenken, welke zg den onbekenden Italiaan volstandig bleef weigeren." ,

„Droom ik? of waak ik?" zeide Reinout, duizelend, met de bewijsstukken in de hand, het vertrek op en neder gaande: .mensch! riep hij op eenmaal uit, terwijl hg Arkel aanstaarde: „misleidt gii mij niet? ze£ mg, herhaal mij, dat gg mg niet misleidt, en ik zal

U JteV behoeft niet," zeide Arkel, glimlachende : „bezorg mg slechts een duizendtal wakkere Friezen en ik scheld u alle erkentenis

ïl'adzy zou de mijne zijn!" riep Reinout, uitgelaten van blijd schap. „Ik heb u miskend, Heer Bisschop! maar waarom ook zoo1 ang gezwegen

Ml» zeide Arkel: .wees slechts kalm, en laten wg de middelen beramen, welke tot het doel kunnen leiden, dat wg beoogen. Op welke wjjze komt gg met uwe schoone veiligst buiten Utrecht en

Sluiten