Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze goede Feiko niet nalaten, in spijt van zijn bezorgdheid voor de Jonkvrouw, telken reize het hoofd te wenden om de rijkunst van den vromen pater te bewonderen, die, zonder te bemerken dat men acht op hem sloeg, tusschen de ooren van zijn paard voor zich neder keek en voor niemand eenige gedachten scheen te hebben dan voor het moedige ros, dat hij bereed.

. .Voorwaar!" riep onze vroolijke hansworst, terwijl hg de blikken in t rond sloeg en znn tong in vrijheid vierde: «ziedaar een schoon schouwspel! bij Sint-Julfus! mijn waarde Cezar, mochten wij eens samen over die velden trekken als de strijd volstreden is en het slagveld verlaten! Wat een vette buit ware daar voor u en mij ten beste. — Voorwaar! ik heb vrij wat legers gezien; maar men zoude er moeilijk een aantreffen, zoo rijk en prachtig als dat van den Crraaf! Wat dunkt u, vriend Feiko! zou de tiendepart van dat troepje niet genoegzaam wezen om uw landje in te pakken?"

.Laten zij in tiendubbelen getale komen," antwoordde Feiko: ;dan waren wjj pas gelijk; want als zij komen, staat geheel Friesland als éen man op; en zij zullen nog een harden dobbel hebben, dat beloof ik u."

Op dit oogenblik gaf Madzy een gil en haar paard deed een zijsprong. Het dier was geschrikt voor een ljjk, dat dwars over den weg lag uitgestrekt. Feiko, die juist dat oogenblik omkeek naar den monnik, ware te laat gekomen om Madzy te helpen, indien •a¥ Sf^d gestort ware; maar de pater, hoeveel hij oogenschijnlijk zien alleen met znn eigen ros bezig hield, toonde zich op dit oogenblik meer ^ bij de nand dan de trouwe dienaar zelf, en was dadelijk aan de zijde der Jonkvrouw. Hij kortte de teugels, xoodra hij bespeurde, dat zij, zonder iemands hulp, haar vos weder in bedwang had, en bleef in de achterhoede.

.Wees voorzichtig, Jonkvrouw!" riep Feiko verschrikt: — .wat duivel, Pater! gg hebt uw oogen overal en zoudt er vlugger bij zijn dan ik."

Een half gesmoord gemompel, dat men niet duideljjk kon onderscheiden of het een gebed dan een vloek ware, was het eenige antwoord, dat de monnik gaf.

Madzy had intusschen haar paard bij het lijk doen stilhouden.

.In Gods naam!" zeide zij: .vrienden! ziet toch eens; misschien leeft hg nog."

,'t Is een Bisschoppelijke ruiter," zeide Daamke, het lijk met znn zotskolf aanstootende: .zie eens! hn is reeds stijf."

.Dat gezicht heb ik meer gezien, zeide Feiko, de wezenstrekken des gesneuvelden aandachtig Deschouwende.

.Dat geloof ik wel," zeide Daamke, lachende: .heugt u den Haarlemmerhout niet meer, en den koddebeier, met wien gg zoo dapper aan 't bakkeleien zijt geweest?"

«Bjj mijn zaligheid!' zeide Feiko: „het is dezelfde man; maar hoe duivel komt hg hier in het pak van een Bisschoppelijken ruiter?"

.Zeker is hg bij een uitval gebleken," zeide de potsenmaker: .wie

Sluiten