Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een goed Toorteeken verstrekte, onze reizigers kwamen omringen.

.Welzoo, meester hansworst! alweer terug?' nep een der soldaten hem toe: „en nogal wel met uw aap? — Begon net u in Utrecht

ai te vervelen ?"

„Men heeft er een al te schralen pot," antwoordde Daamke, .voor lieden, die honden van volop te schransen, gelijk meester Cezar en ik."

Ik geloof het wel," hernam de krijgsman: „en wat mg het meest verwondert, is dat men er u beiden met aan 't spit gestoken heeft, en uw ezel er bg. Maar, bg mijn zolen! uw gezelschap is verdubbeld sedert hedenmorgen." •. .... Bij Sint-Julfus!" zeide Daamke: ,dat is bmt, dien ik gemaakt heb:

fevangenen van mijn zotskolf, die ik uit de mijterstad medebreng, 'laats! plaats! ruimbaan voor Daamke den alwillensdwaas en zgn gevangenen." En hij deed deze woorden vergezeld gaan door eens dapper met zijn zotskolf in de rondte te zwaaien.

„Hou! hou! dat gaat zoo gauw niet," zeide de krijgsknecht: „wg moeten eerst uw gevangenen eens bekijken: of denkt gn, dat wjj die jonge meid, die daar met u trekt, op een paard, dat een Bidder zou passen, tolvrij zullen laten doorgaan? en dien monnik, zonder dat hij een veer zou laten? — Neen man! gg hebt het zelf gezongen; een kusje van de deerne; en de pater zal ons absolutie geven voor al de zonden, die wij bedreven hebben of nog voornemens zijn

te bedrijven.'' ... , ,

Madzv ontstelde eenigszins op het hooren van deze redenen; vooral toen zij de onbeschaamde blikken bespeurde, welke sommi-

fen uit de bende op haar wierpen, en de grove uitdrukkingen oorde, waarvan zich deze en gene onder hen bediende.

„Waar is uw aanvoerder?" vroeg Feiko, vooruitrgdende: „Jonker Zweder heeft ons hedenmorgen uit diens naam veroorloofd ongehinderd te gaan en terug te keeren."

„Tut! tut!" zeide een van de bende: „hg zou wel dwaas zgn, die hem roepen ging. Elk zijn beurt, vriendje! De^kans is nu voor ons, en niet één zal er door zonder tol te betalen."

„Ik heb er niets tegen om u een klein rantsoen te betalen, zeide Madzv: „noem uw eisch; maar bedenk, dat wij arme reizigers zijn.

„Arm of niet," zeide de soldaat, Madzy naderende, en de beweging makende, alsof hij haar van het paard wilde helpen: „een mooi meisje, dat haar rantsoen met kusjes betalen kan, is altijd rrjk genoeg." __ ..

Madzy gaf een flauwen kreet van angst; maar Feiko, m wamschap ontstoken over de onbeschaamdheid des lansknechts, dreef ziin paard met zulk een geweld tegen dezen aan, dat hn achterover tuimelde. Op hetzelfde oogenblik waren twintig strijdbijlen en kolven opgeheven en bedreigden den getrouwen Fries, die, zich evenmin door het aantal latende afschrikken, als hij zulks te Haarlem gedaan had, zijn knuppel met beide handen rondzwaaide en op de hoofden der aanvallers deed nederkomen. , ....

„Wii zijn op de flesch!" riep de hansworst, wiens dapperheid, gelijk

Sluiten