Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Moet niet de zoon zijn vader bijstaan?" zeide Reinout met een smeekend oog: „wie heeft meer reent dan ik, hem te vergezellen."

«Terug!" zeide Madzy met fierheid: .verdien eerst den naam van zgn zoon te dragen, en waag het vroeger niet, hem onder de oogen te komen."

Reinout beet zich op de lippen; maar hij gehoorzaamde, gevoelende dat alle aandrang in zulk een oogenblik slechts zou dienen, om haar nog feller tegen hem in te nemen. Zij verwijderde zich dan zonder verder oponthoud, met Aylva en Feiko, terwijl meester Claes Gerritsz dit oogenblik insgelijks waarnam om zich uit de voeten te maken. Wat Daamke betrot, hij keerde naar zijn ezel: want hij had op eens het voornemen opgevat Reinout zijn dienst aan te bieden.

Na het vertrek van Aylva bleef de vergadering gedurende eemge oogenblikken in een staat van verwarring en besluiteloosheid, daar men het oneens was, of men de beraadslagingen zou voortzetten, dan wel of die behoorden geschorst te worden. Eindelijk echter drong Adeelen, gerugsteund door de aanzienlijksten der vergadering, het Desluit door, om te hooren, wat Reinout had mede te deelen. Tevens bewerkte hij, dat voorloopig aan den Abt van Lidlum, zijn voormaligen vijand, het voorzitters-gestoelte aangeboden werd, en verwierf zich door dezen voorslag de toegenegenheid eener aanzienlijke partij. Iedereen keerde tot zijn plaats terug, en aan Reinout werd net woord verleend.

„Friezen!" zeide hij: „ik heb slechts één woord te zeggen; maar ik weet dat, nu de nood mij dringt, het uit te spreken, net weerklank in uw aller harten vinden zal. Te wapen! — Het ia de vraag ni6t meer, of gij den Graaf met vleiende woorden paaien, of gn zijn toorn verzoenen kunt. Zijn besluit is vast bepaald. Eer dit seizoen ten einde is, ziet gij zijn vloot aan uw kusten landen. Ik kom van Utrecht: het kan geen maand meer weerstand bieden, tenzij het ontzet worde. Zwicht het, dan trekt het zegevierend heir naar dit gewest. Voorkomt dezen slag door een manmoedig besluit Zendt een heir naar het Sticht en valt den Graaf in zijne leger-

{daats aan. Laten uwe schepen de Hollandsche havens benauwen en angs de kusten stroopen. Zoodoende zult gij den moed der belegerden aanwakkeren en verwarring en schrik onder de benden des Graven brengen. Hij zal genoodzaakt zijn, zijn macht te verdeelen: zijn bondgenooten zullen hem afvallen, en de erfgrond uwer vaderen zal door geen vreemden voet bezoedeld worden."

Men beseft licht, hoe welkom de redenen van Reinout waren ui de ooren van Adeelen en diens oorlogzuchtige vrienden. Maar ook zij, die in den beginne niet van krijg hadden willen hooren, zagen zich, nadat Reinout, op hun verzoek, nun de gronden van zijn raad nader had toegelicht, gedrongen te erkennen, dat er geen andere uitweg ware, dan krijg te voeren; en dat het in dat geval betei ware, den vijand aan te tasten, nu hij nog in strijd gewikkeld was, dan te wachten, dat hij het Sticht ten ondergebracht had. De part? der heethoofden dreef dus boven, gelijk zulks schier bij alle staats-

Sluiten