Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man, die mg beleedigen durft, dat hij zich bedriegt, en dat ik tegen mijn wil in Utrecht ben opgehouden en dat ik u niet kende, toen gg mij als reisgenoot vergezeldet."

krachtiger bewijs geven, hoe hoog ik u in eere houde," zeide Reinout, „dan de verklaring zelve, dat ik het mij tot het hoogste geluk zoude rekenen, indien gij mij tot uw Ridder wildet verkiezen? Geef mi) slechts eenen lichtstraal van hoop, en mijn zwaard zal eiken boezem bedreigen, waarin een gedachte, uwer onwaardig, mocht opstijgen." uwer

„Ik weet het," zeide Madzy, met een afkeerige beweging, „uw zwaard is ras geneigd, de scheede te verlaten. Maar uw voorwaardelijk aanbod is onvoldoende. Wie heeft aan Adeelen die valsX» berichten medegedeeld, zoo gij het niet geweest zijt?"

mets ,dan de waarheid gemeld," zeide Reinout: „de gevolgtrekkingen en de wijze van voordracht zijn van hem. Maar rA Seerp Van Adeelen! dat, schoon gij mij met

Ridder-handslag tot wapenbroeder verkoren hebt, schoon ik u Hanfcf" £°?w verschuldigd ben, dat ik u, als elk anderen, den Ridder-

EÏÏSSÏSnL .1 toewerPel>. zoo gij u een woord laat ontvallen, beleedigend voor de eer dezer Jonkvrouw."

„Zooals gij wilt," zeide Adeelen, wrevelig; „ik ben met a gegaan

^ j u bewijzen, niet om twist te zoeken. Er heerscht reeds tweedracht genoeg in Friesland."

. ze)de Madzy: „is nog de haat der partijen niet uitgedoofd,

bij de gevaren die ons bedreigen?" '

„Trekt gij u nog de zaken van Friesland aan?" zeide Adeelen, met een spottenden lach.

„Gij behandelt mij onwaardiglijk, Seerp!" zeide Madzy: „misschien moest ik zwijgen en uwe woorden alleen met verachting beantwoorden! maar ik kan met vergeten, dat uw ouders mijne weldoeners, dat jtii nf1?161 JeuSd waart. Bij de schim uwer zalige moeder, Adeelen! ik ben onschuldig, en de Zuiderzee zal een droge heide worden, eer ik ophoude, een echte dochter van Friesland te zijn."

„ t Is mogelijk, zeide Adeelen, de schouders ophalende: „welnu! ***.» ,da5 wel melden, dat de Graaf, zoo & hoor, den tocht la»t jf J1?* beeft gezet en bij Dordrecht een vloot

laat bouwen om Eduard vim Engeland tegen Frankrijk te onderwïüte°: tf ner,nimmer schooner gelegenheid ware, een pleiziertocht in Holland te doen, zoo niet iedereen gek was geworden: dat wijders de Vetkoopers en Schieringers vuilaardiger zijn dan ooit; dat de monniken van Bloemkamp met den Proost van Pingium ziin slaags geweest: dat Lidlum en Luidingakerke overhoop liggen: dat

ybe Reynalda en Seppe Ribalda elkaar hebben bevochten en beiden gesneuveld zijn: dat Helbada's zoon, Douwe, door Worp Kopta in een hinderlaag gelokt en vermoord is; dat er geene stins m^Uostergoo is, waar geen boom op staat1) en dat Utrecht zich

»Bn Trifm^oü het tetken^ dï' de «igsnaar een **nr*I vreesde en waarmede hfl «Sn vrienden waarschuwde tot ontzet aan te rakken.

Sluiten