Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeide vader Svard: — „en zoo ik niet gekomen was, ware de stad met dezen nacht in handen der Hollanders."

't Ib waar," zeide Adeelen: „g\j bracht zelf den os ter slachtbank en nn de slachter zijn bijl opheft, wilt gij het beest sparen.

De Abt van Lidlum, die ondertusschen met zjjn boren gefluisterd had, vatte na het woord. ,

Wij meenen," zeide hij, „dat men dezen vreemdeling in aanmerking der door hem bewezene diensten het leven zou kunnen schenken, indien hij ons de noodige kondschap wilde geven omtrent de voornemens van znnen meester." , ,

Deodaat had sedert den onverhoedschen aanval, op hem gedaan, een somber stilzwijgen bewaard, als gevoelde hij, dat welsprekendheid even nutteloos zou zijn als wederstand. Maar by de woorden van den Lidlummer voelde hij al zijn geestkracht herleven, „opa&rt u de moeite," riep hij uit, terwijl zijn oog met verachting op den forschgebouwden Kloostervoogd rustte, ,mij een zoo onteerenden voorslag te doen. Ik ben in uwe macht en het staat aan u, mg te dood en; maar weet vooraf, dat ik u allen, Edelen, Prelaten en Burgers, wat gij znn moogt, in naam van mijnen en uwen Heer, den Grave van Holland en Henegouwen, uitmake voor rebellen en muiters, en tegen u inroep al de straffen, die uw opstand verdient En u bovendien, Seerp Van Adeelen! verklaar ik een onwaardige bloodaard te zijn, die van de overmacht gebruik zoekt te maken, om een bijzonderen wrok tegen mn te koelen." .

Aller oogen wendden zien bij dezen laatsten uitval op Adeelen: de goedhartige Abt van Sint-Odulf knikte Deodaat goedkeurend toe; zijn ambtgenoot van Lidlum, die, gelijk men zich herinneren zal, een oude veete tegen Adeelen had, wreef ach vergenoegd de breede handen: terwijl de Edelen nieuwsgierig schenen, te vernemen op welke wijze Adeelen zich van deze betichting zoude zuiveren.

Wat dezen betrof, hoe geraakt hij zich ook gevoelde, de hoogmoed zegevierde bn hem over den toorn: „Ware ik Dloot een krijgsman, zeide hij, „ik zou met vreugde de uitdaging beantwoorden, mg eens door u gedaan; — als veldheer kan ik thans het welzijn des vaderlands aan geene bijzondere twisten opofferen."

„Het is wel gezegd! zeide de Abt van Bloemkamp, terwgl hn met de in ijzer gehulde vuist krachtig op de tafel sloeg„niemand zal hier te lande in Seerp Van Adeelen een bloodaard zien, omdat hn de zotte gewoonten van vreemde landen niet opvolgt en zijn leven waagt, nu Friesland zijn arm en zijn hoofd behoeft. Al genoeg geredekaveld! Waarom brengt men den verrader met ter dood. „Sleurt hem van hier!" zeide Adeelen.

De wachter» maakten zich gereed, dit bevel te volvoeren : Deodaat zag reeds geene andere uitkomst dan den dood: hj wierp een scherpen blik op Adeelen, over wiens gelaat een glans van zegepraal verspreid was, en dwong hem, de oogen neder te slaan. Vader oyara scheen zich gereed te maken om nog eene poging te doen en iets mede te deelen, hetwelk hij niet dan op het uiterste had willen ontvouwen, toen de geheimzinnige perseon, die, aan het raam staande,

Sluiten