Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ZwjjgSy taken!" zeide Aylya: „en laat Feiko zijn rede voleindigen. Welnu — gij waart dan bij Wybinga.''

zeide; en met komt daar Kienk Westra aangeloopen. die bii zich zeiven vloekte, dat zijn maat ziek was en dat hij alleen niet tegen de anderen varen kon; — want zij liepen nu allen naar de kaai, omdat men het vaartuig al in 't gezicht kreeg: — en ieder wou de eerste zijn om er aan boord te komen; nu, de schipper had het in den neus; want hij was op stroom gaan lissen."

„En toen?"

,.".j0811.. bood ik aan, Rienk te helpen, ledereen die mij niet kende hield mii voor een varensgast; 'kwas ook de eerste aan boord: maar jawel, wat ik ook zei, de Ridder wou aan wal met alle geweld."

„Goede God!" riep Madzy: „en hebben zij hem vermoord?" vroeg zij met een nauwelijks hoorbare stem.

„Neen! — maar 't heeft weinig gescheeld: — Ridder Reinout heeft het zooverre gekregen, dat hij op zijn woord te Sint-Odulf gevangen zal bljjven."

„Reinout!" riep Madzy: „God loone hem!"

i® mijner waardig," zeide Aylva, verheugd: — „maar nu de tijding der vloot, is zij echt?"

„Er werden overal manschappen op de been gebracht en boden heengestuurd: mij heeft uw zoon gelast u te zeggen, dat gij hem heden niet zien zoudt: — zij hebben net ook druk genoeg."

„En ik zou hier stilzitten. Feiko! haal terstond mijn wapens en zadel miju paard."

»Met uw verlof," zeide Feiko: „Ridder Reinout heeft mij ook nog gelast, u te verzoeken om hier te vertoeven, tot hij een nadere boodschap zond, hoe de zaken staan. Hij is bang, dat de nachtlucht u Hinderlijk zou wezeu: en dan, het begint er mooi stormachtig uitte zien ook.' °

„Zal ik van hem mijn plicht leeren ?" vroeg Aylva, vertoornd. „iJoe als ik u zeg; en gij, mijn dochter! maak u gereed elk oogenblik deze stins te verlaten, die u wellicht binnen Korten tijd geene veilige wijkplaats meer verstrekken zal."

„Ach! sta mij toe, hier te blijven," zeide Madzy: „hier kan ik u, hier kan ik Friesland van dienst zijn. Zoo mijn hand te zwak is om een boog te spannen, zij kan ten minste een gekwetste verbinden. Zend al wie hulp behoeft slechts herwaarts en aan goede verpleging zal het. niemand ontbreken."

„Dat weet ik," zeide Aylva: „niemand dan ik, kan beter getuigenis geven, hoe voortreffelijk een ziekenoppasster gij zijt. Nu! ik begeer dan ook niet, dat gij u terstond van hier begeeft. Ik beloof u, ik zal u

fekwetsten zenden, indien zij er zijn; maar naar ik onze Friezen en, zult gij weinig te doen hebben, en liever zullen zij zich laten doodslaan dan het veld te verlaten, zoolang zij nog tanden in den mond hebben om hun vijand te bijten. — Wees nu zoo goed en help mij, mij van dit nachtgewaad te ontdoen: — waar blijft Feiko toch? — Het is waarlijk, of de menschen van dag tot dag luier worden."

„waarlijk, mijn waarde voogd," zeide Madzy: „gij overhaast u te

Sluiten