Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

riandigheid vermeld was, had achtergehouden en in zgn medicijnkist onder een dubbelen bodem verborgen. Dit bleef Reinout onbewust." .Hemel! indien er slechts mogelijkheid is, die kist te bekomen!" „De Italiaan overleefde zijn bekentenis niet lang. Hij is getroost in mijn arm ontslapen, mij smeekende, zoo ik in Friesland terugkwam, den Heer van Aylva deze tijding te melden. Alleen het belang mijns vaderlands kon mij doen vertragen om zgn uitersten wil te voldoen; — maar iemand moest deelgenoot wezen mijns geheims: — en in niemand kan ik meer vertrouwen stellen dan in u." „Ik dank u, goede Pater! — En hoe werdt gij verlost?" „Op denzelfden dag toen Barbanera stierf, met twijfelende, of ik zou spoedig deelen in zijn lot, had ik mij reeds ter dood bereid; toen op eenmaal mijn kerkerdeur werd opengeslagen. Een bende Hollanders had Nyenstein overrompeld: bij net doorzoeken van het slot had men ook ae deur des kelders opengebroken en men bracht mij schier levenloos naar buiten. Ik vernam sedert, dat de oude dienaar des Bisschops door een beroerte uit het leven was weggerukt, zonder den tjjd gehad te hebben, het geheim onzer gevangenis te openbaren. Mij schonk men de vrijheid, daar niemand reden had mij te houden. Ik hoorde, dat Deodaat van zijn wond hersteld, en in 't leger was: ik ging derwaarts, en kwam juist te Utrecht om den zegepralenden intocht des Graven bij te wonen. Deodaat echter vond ik niet: hij was naar de Gravin gezonden om haar den roem der Hollandsche wapenen te verkondigen. Intusschen begrijpende, dat de Graaf niet werkeloos zou blijven, hield ik mg nog een wijl in Utrecht op, om te ontdekken, wat hij in zijn schild voerde. De Bisschop had nu, zoo 't scheen, zijn geheel vertrouwen gewonnen. Ik begaf mij naar den listigen kerkvoogd."

„Hoe! gij dorst u opnieuw in zijn tegenwoordigheid wagen?" „Ik wist, dat hij mg niet zou hebben durven beleedigen; want hij moest de ontdekkingen vreezen, die ik in staat was te doen. Hij ontving mg echter met nog meer vrijmoedige kalmte dan ik mogelijk achtte: ja hij was zoo gemeenzaam, als ware er niets tusschen ons voorgevallen. Mijn gevangenis schreef hij aan een misverstand toe: bij betuigde mg, niet geweten te hebben, dat ik mij met Barbanera in den kelder "bevond, wien hij er alleen in dacht op te sluiten: — en inderdaad, ik kon hem het tegendeel niet bewijzen. Verder toonde hij zich zeer vertrouwelijk jegens mij, en verzocht mg terug te komen. Iets later deelde hij mg de geheime ontwerpen des Graven mede, zelfs het plan ter verrassing van Stavoren, welks mislukking, gelijk ook het verdere, u Feiko ongetwijfeld zal gemeld hebben."

„En waant gij, dat Reinout ter goeder trouw handelt....?"

„Zijn gedrag van heden doet mij zulks vermoeden. Hij redde het leven van Deodaat."

„En hij zelf, wie is hij dan ?" #

„De zoon van Biancas dienstjuffer. De listige Barbanera, beducnt voor het ongenoegen van diegene der beide jongelingen, welken hij niet als den zoon van uw voogd zoude aanwijzen, had aan Reinout wijsgemaakt, dat hij zelf, hij Barbanera, de vader was van

Sluiten