Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ën vervol1êde de monnik, opstaande, .moet

ik naai' Sint-Odulf koeren, en het overige van den nacht aan , mesland wijden. Ha. Indien die looze Bisschop mij niet bedrogen Tal"? .noolt zooverre gekomen: en de arme, verachte vader Syard, had m naam van het geestelijk gezag het geheele

bi>en°hPad."e D brengen eer WlUem n°8 een leger

oogf,nbIijc kwam Sytsken de kamer binnengeloopen, met den angst op 't gelaat geschilderd.

.Heilige maagd!" riep zij: „daar is de bliksem zeker in den toren van htavoren geslagen en de gansche stad staat in brand." " i 0 -, stad ? van eenen bliksemstraal, die op den toren

neerkomt? zeide de monnik: .dat zou mij vreemd voorkomen." »•»» Srteke°' ■"* M ' ™"k Mi

i>?™W.ïL"yV"r™ 0,1 h" Pl" « »» « '•

.Het zwerk rood van vuur!" herhaalde vader Syard: .dan zeker moet er iets buitengewoons hebben plaats gehad. Nu ia' ik ben bereid u te volgen."

De twee meisjes hadden reeds een paar mantels omgeslagen om zich tegen den regen te beschutten: en alle drie begaven zich od het plat van den toren, van waar men bij dag de staf Stavoren, en ook de zee kon onderscheiden. Een oogopslag was genoeg om den monnik te overtuigen, dat de schrik van Sytsken niet zonder grond was geweest. Het was nu geheel nacht; en de duisternis verhoogde den rooden gloed der vlam, die ten noordwesten opsteeg als achter een gordijn van regen, hetwelk aan het vuur een des te fantastischer aanzicht gaf. De monnik ontdekte echter spoedig, dat de brand zeer vermoedelijk een andere oorzaak had, dan die, welke er door Svtsken aan gegeven was. J

.Het is niet Stavoren dat in brand staat," zeide hij: .Stavoren Jr /l®er dunkt, ik zie den kerktoren, die den

nit estoken 18 Norwert> men den rooden h»™ heeft

geïlnd rijn" ^ alanngeklep!" Ieide Madzy: .de vijand moet

„Hij is geland!" riep de monnik: .ik moet geen tijd verliezen, de ure des gevaars kan voor ons klooster komen: — en dan mag niemand zeggen dat broeder Syard afwezig was."

e- A#e,xegd hebben®e nam hij zijn afscheid en haastte zich naar omt-Odulr over een voetpad, hetwelk langs het meer heen van den landweg af derwaarts geleidde.

Sluiten