Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,Weet gg wat Daamke!" vervolgde Reinout: .rijd gij eens voonut: dan zal ik volgen, en zoo de onbekende ons weer op

ï-J" »®n blflven> ««es* of man, ik >al hem den schedel

spijten.

„Ik vooraitröden!" riep Daamke, wien het denkbeeld alleen over £et geheele lqf deed sidderen: ,dat ware immers met alle betamenjkneia strijdig."

„Ik wil het ,*oo!'' zeide Reinout, op een Btrengen toon: „en ik heicTgeeft" ° kop in"la' 100 eeni® bl5k van lafh^rtig-

.In Gods naam dan!" zeide de ontstelde knaap: en de orde van den tocht omkeerende, reed nu de dienaar voor den Heer: maar nauwelgks waren zg weder een eind wegs gevorderd, of Reinout .hoorde hetgeen hg een kreupel paard achtte te zijn, niet meer achter, maar voor zich uit. Een huivering overvielhem; maar hij vermande zich en besloot wgseljjk te onderzoeken wat het ware: hn gat zijn ros de sporen; en zoodra hg naast zgn dienaar kwam, klonk

LT?®1?- geklots hem dicht aan zijn oor. In hetzelfde oogenblik ontdeKte hg, hoe dwaas en buitensporig zjjn bijgeloovige angst geweest was. Jletgeen hij voor een hem vervolgenden ruiter hield, was de tooverkast van meester Barbanera, welke op Daamkes rug hing, en onder t rijden op en neder wippende, juist het ongelijke geluid maakte, hetwelk hij voor het trappelen der hoeven van een kreupel paard had gehouden. F

Zijn eerste beweging was een schaterend gelach; zön tweede, een beweging van ongenoegen en gramschap.

»Wie heeft u, dubbele ezel," vroeg hij, .verlof gegeven, zulk een Kast op uw nek mede te nemen, wanneer gij de eer hebt, mn te vergezellen? Wilt gn, dat men mij voor een kokeier aanzie?" . "LlS?t®.we Edelheid niet toornig op mij zijn," antwoordde Daamke. terwijl hg, voor slagen beducht, geneel achter het onderwerp van net gesprek wegschool. „Er zgn zeer goede redenen, waarvoor ik die Kast medeneem: vooreerst heeft die mg eens het leven gered toen wy door de Hollandsche voorposten vloden, waar mijn arme Cesar dij omkwam, het goede beest, zooals uwe Edelheid weet, dat "

„ik weet alleen, dat gij een bloode schobberd zgt," zeide Reinout: „en .®le ast niet beveiligen zal tegen een goede dracht slagen,

"n " z toetellen zoodra ik er den tgd toe vinde."

u ï.v n Tren®cb ik, dat uwe Edelheid nog lang de handen vol moge hebben. — Ten tweede: er is immers een bevel bij het leger uitgevaardigd, dat ieder strgder zich achter 't een of ander verbergen moet, om niet gezien te worden, ten einde...."

1 A ila£ hevel wilt gij zoo nauwkeurig nakomen, dat gn in uw ni^twMf ?"rUiP°n' 0m 6r niet tomen' dan als de slag voorbij is,

.Niet in de kast, maar daarachter, heer Ridder! — en dan bovendien, ten derde, zullen er geen gewonden zijn? en bevat deze Kast met de gansche nalatenschap van Barbanera? (God hebbe zijn ziel; want het geruoht loopt, dat hü van honger is omgekomen;)

Sluiten