Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Dat begint er slecht voor ons uit te zien," xeide Zweder, die nu en £an noodige voorzorgen naar beneden keek.

„Er blijft ons niets over dan om ons ter dood te bereiden," seide Deodaat: „en ons leven zoo duur te verkoopen als het ons eenigszins mogelijk is. Wjj kunnen althans uit onze hooge standplaats nog eenigen tija met voordeel het hoofd bieden."

„Dat zal ons weinig baten," zeide Zweder: ,want om hen te bevechten, moeten wg ons vertoonen: en dan staan wij voor hun pijlen bloot. Kom! het is gedaan. Wn overleven de grap niet: en ik zal ons slot van Naaldwijk en mijn lieve moei Ottilia nimmer terugzien. Die goede ziel! zij heeft mg voor mijn vertrek nog een geborduurden hanger vereerd voor mijn dolk. Wat zal zij treuren, als zn noort dat haar neefje, dat haar altijd zoo plaagcfe, zoo jammerlijk aan zgn eind is gekomen."

„Arme jongen?' zuchtte Deodaat: — .maar helaas! gij znt nog gelukkiger dan ik: — want niemand — neen niemand zal mijnen dood beweenen. — Wat zeg ik? — Reinout wellicht.... en misschien ook "

»Ja> welzeker zal zij u ook beweenen," zeide Zweder, de gedacht* van Deodaat aanvullende: „maar wat hamer! laten wn niet dwaas zB?..1®1ï kinderen schreien, terwijl er misschien nog redding mogekjk is. Zoolang er leven is, is er nog hoop. Gjj noemdet uw vriend Jteinout; dat doet mg ergens aan denken. Is hij niet, althans volgens uwe meening, op een dolk naar beneden gereden?"

„Hoogstwaarschijnlijk! Maar dat kan ons hier niet baten; want dan vallen wij des te eerder m de handen onzer bespringers."

„Alles moet beproefd worden," zeide Zweder: en tevens zag hn de opening uit, door welke zij in den toren gekomen waren. Het trapje, de gang en al de zolders aan deze zijde waren ingestort; maar de drie muren van den vleugel waren, gelgk hierboven gezegd is, blijven staan, en verhinderden, dat iemand hen van beneden zienkon. Zweder keek naar beneden; maar de oneffenheden van den muur en de hier en daar vooruitspringende brokken van boog- en muurwerk, die nog aan den toren vast waren blijven zitten, beletteden hier de uitvoering van het ontkomingsmiddel, door Reinout gebezigd. Ook had alleen Zweder een dolk, die door zijn vorm weinig geschikt was om dat middel te beproeven.

hebt een touw," zeide Deodaat. — ,Er ware nog mogelijkheid "

„Ik heb het," riep Zweder, verheugd: „ikheb het Wacht! Eerst

moeten wn zorg dragen, dat zij ons niet verrassen. Het wordt tijd: want ik geloof waarlgk, dat zg al aan 't klimmen zijn."

En onder het spreken dezer woorden keerde hg zich om en zag in den toren naar beneden, waar de Friezen reeds een paar aaneengebonden ladders tegen de eerste zoldering aangezet hadden, en zich gereedmaakten, die te bestijgen. Haastig greep nu Zweder de middelste trapladder bg de bovenste sport, rukte die met de kracht der wanhoop uit de krammen, trok haar vervolgens met behulp van Deodaat van haar steunpunt los. hield haar een oonenblik boven den onene*

Sluiten