Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. Heb ik daarom gelijkelijk gehoorzaamd in alles, ■wat mij werd geboden of verboden , om het even of het mij aangenaam of lastig, verstandig of ondoelmatig, nuttig of verkeerd voorkwam ?

10. Heb ik daarom gehoorzaamd afin allen, die eenig gezag over mij hadden , — ook aan haar, die in eene of andere ondergeschikte bediening over mij gesteld werden ?

11. Heb ik om die zelfde reden mijne Oversten en allen , die boven mij waren gesteld, ook in- en uitwendig geëerbiedigd , haar bemind , en allen aan dien eerbied en die liefde tegenstrijdige gedachten aanstonds verworpen ? — Heb ik nimmer over de gebreken, die ik in haar meende op te merken, gesproken?

12. Gehoorzaam ik niet meer om de persoon , dan om het gezag , waarmede deze bekleed is ? — Zocht ik niet, door te gehoorzamen , aan mijne Oversten te behagen, hare achting of eenig voorrecht te verwerven, door haar of anderen geprezen of bijzonder bemind te worden ?

13. Geloof ik wel, dat, zooals de HH. Regelen zeggen, de gehoorzaamheid aan God des te aangenamer en des te verdienstelijker is, hoe geringer de persoonlijke hoedanigheden zijn van degenen, wien ik gehoorzaam ?

14-. Ben ik uit- of inwendig niet minder vlijtig geweest in te gehoorzamen, omdat de Zuster, die over mij gesteld was , jonger in professie was dan ik, — of, naar ik mij liet voorstaan, minder bekwaam, voorzichtig , zachtmoedig of volmaakt was ?

15. Hoe heb ik de vermaningen, berispingen en

Sluiten