Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14-. Breng ik mij wel dikwijls de grondstelling te binnen, dat alle gehechtheid aan de goederen dezer wereld verwijdert van die, welke mij in de eeuwigheid gelukkig moeten maken ?

15. Beijver ik mij , om datgene hartelijk lief te hebben en bij voorkeur te verlangen , wat aan de armoede eigen en het deel diergenen is, die arm zijn ; zooals : eene vernederende of moeilijke bezigheid ; — eene weigering, wanneer ik iets verzocht ; — een onaanzienlijk , door anderen reeds gebruikt of niet passend kleedingstuk ; — het gemis van een of ander, dat mij noodig scheen , in voedsel , kleeding, verwarming of dergelijke ; — eenigen last van koude, hitte of nat en ongunstig weder ; — vermoeienis van den arbeid ; — eene minachting, of achterstelling , enz. ? Zonder dit heerscht de armoede wellicht in mijn uiterlijk, maar niet in mijn hart.

10. Leg ik mij ook toe op de middelen om den geest der armoede te verkrijgen, als zijn: het gebed, de overweging der voorbeelden van Jesus Christus en der Heiligen , de gedachte aan het nietige en vergankelijke van al het aardsche , enz. ?

Sluiten