Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Heb ik, wanneer ik eenigen liefdedienst bewees, dit ook gedaan met koudheid en onwil, alzoo toonende, dat ik het ongaarne deed? - Heb ik geene betuiging van dankbaarheid gevorderd voor zulken dienst,

diensten geweigerd, omdat eene Zuster zich vroeger niet dankbaar of voorkomend jegens mij getoond had .

8. Heb ik alles vermeden, wat de volmaaktste liefde en eendracht zou kunnen storen, als: liefdelooze gesprekken, - onvriendelijke woorden, houding of manieren, - kleine wraaknemingen, - bittere ot schampere opmerkingen, vernederende gezegden, spottend gelach of bijtende redenen , - langdurige ot hinderlijke plagerijen, geheime tegenwerking in de bezigheden of liefdewerken , enz. ?

!> Heb ik de liefdelooze gedachten en vermoedens, de' gevoelens van liefdeloosheid en afgekeerdheid zoo spoedig mogelijk verworpen of afgewezen ?

10. Heb ik, wanneer ik eene Zuster beleedigd, of haar reden tot ontevredenheid gegeven had, haar aanstonds, in elk geval voor het slapen gaan, oprecht om vergeving gevraagd ? - Heb ik dit niet nagelaten ot uitgesteld uit hoogmoed? - Heb ik de schuld niet op de andere Zuster geworpen, om mij zelve van ïen

plicht te ontslaan?

11. Wanneer men mij om vergeving vroeg, heb ik dan dadelijk en oprecht vergeving geschonken ? — Heb ik dan geene vermaning of berisping aan die Zuster gegeven? - Heb ik dan nog geene gestoordheid, bitterheid of afgekeerdheid in mijn hart behouden ?

12. Onderhoud ik geene bijzondere vriendschap,

Sluiten