Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Weet ik mij ook te voegen naar het gevoelen van diegenen, welke geen gezag over mij hebben, mits dit niet in strijd is met mijne plichten?

11. Wanneer ik in eene bediening ben, die door de wereld geacht wordt, ben ik dan wel bereid die elk oogenblik tegen eene andere, die minder geacht wordt, te verwisselen, zelfs dan, wanneer anderen zouden moeten denken , dat die bediening mij ontnomen is , omdat ik er niet bekwaam voor ben , of ze niet goed waarneem ?

12. Zou er ook iets in het kloosterleven zijn , dat ik, indien het mij gevraagd werd, zou beschouwen als te gering , te vernederend voor mij ?

13. Heb ik niet getracht naar den lof en de goedkeuring der menschen ? — Heb ik die soms niet op eene listige wijze, door geveinsde nederigheid , zoeken uit te lokken ?

U. Wanneer iemand mij prees , of aan mijn werk lof toezwaaide, ben ik dan zoo dwaas geweest, dat alles dadelijk voor waar te houden ? — Heb ik mij daar later ook nog met welgevallen mede bezig gehouden?

15. Heb in het spreken met anderen mijn eigen lof niet gezocht ? — Heb ik niet ongevoelig het gesprek gebracht op iets , wat ik gedaan had ?

10. Was ik niet ontevreden , als anderen geprezen werden ? — Dacht ik dan soms niet, dat men op mijne verdiensten te weinig acht sloeg ?

17. Zoek ik voor mij zelve niet het beste uit in voedsel, kleederen , gereedschappen en andere beuoo-

Sluiten