Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij invalt, en wat ik gaarne zoude zeggen, te zwijgen; — vooral door mij te onthouden van gesprekken over wereldsche zaken, over familiebetrekkingen, en bovenal van alles , wat de liefde zou kunnen kwetsen ?

12. Hoe ben ik gesteld ten opzichte der inwendige verstervingen? — Zijn deze, gelijk de HU. Kegelen willen, mijne lievelingen, en neem ik elke gelegenheid , 0111 die te oefenen , te baat ?

13. Verlang ik bij voorkeur de geringste, de laagste, de minst geachte bedieningen en verrichtingen ? — Zoek ik die diensten en werkzaamheden, die hot meest mijne natuurlijke neiging wederstreven ?

14. Hoe gedraag ik mij , wanneer ik , hetzij door mijne Overste, hetzij door medezusters of andere menschen, word tegengesproken , — wanneer ik eenigen tegenstand in mijn werk ondervind, — wanneer ik geroepen word, terwijl ik eenig werk onderhanden heb of in het gebed verdiept ben , — wanneer ik eenige pijn, smart of minachting moet verduren , — wanneer ik van eene bediening of betrekking , die mij welgevallig is, moet veranderen, — wanneer ik, tegen mijne neiging, van het eene huis naar liet andere verplaatst word,— wanneer, in het algemeen, mjjne eigenliefde of eigenzinnigheid gekrenkt wordt ? — Versterf ik mij dan? — Erken ik dan daarin blijmoedig en dankbaar den H. Wil van God, die het zoo tot mijn welzijn beschikt, om mij aan Jesus gelijkvormig en aan zijne verdiensten deelachtig te maken ? — Of wel word ik ongeduldig, droefgeestig ; — beschouw ik mij dan soms als ongelukkig , omdat ik mijn zin niet kan hebben ?

Sluiten