Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 12 13.

5. „Omdat Mijn volk verwoest wordt en verdreven,

„Omdat het kermt, nooddruftig treurt, en zucht, „Zal Ik, zegt God, Mij nu ter hulp begeven, „En drijven die hen aanblaast, op de vlucht."

6. Des Heeren woord is rein, en al Zijn spreken

Is zuiver, als het allerfijnst metaal:

Nooit is het schuim van 't zilver zoo geweken; Schoon in de kroes gelouterd zevenmaal.

7. Rij zult Uw volk, in bange tegenspoeden,

Hoe 'tga, o Heer! bewaren door Uw kracht: Uw arm zal hen in eeuwigheid behoeden Voor dit verdraaid en wrevelig goslftcht.

8. De booze keurt zich vrij van alle banden,

En draaft rondom, terwijl hij 't land beroert: Daar 't snoodste volk de teugels krijgt in handen, En tot den top van eer wordt opgevoerd.

1 = c. PSALM 13.

2*2 2 4 4 5 56*6*7 162

lloe lang, o Heer, mijn toe-ver-laat! Ver-geetGij mij nen

ï*7*6*|6*5 4 3 4 5 6 5*4*4*

jam-mer-staat? Hoe lang zult G(j, in mijn el-len- den, Van

55 6 * 1 * 1' 7 6*4*3* 6*5 3 5

mij Uw vriendlijk aanschijn wen- - den, Daar al mijn moed

4 2 * 3 * 2 *

en kracht ver- gaat?

2. Hoe lang zal ik, door tegenheên,

In 't hart vergeefs ontwerpen sineón, En vruchtloos schreien gansclio dagen 1 Hoe lang zal mij mijn vijand plagen,

En mii verachtelijk vertreên?

3. Aanschouw mijn ramp, verhoor mij, Heer!

Ai! zie op al mijn lijden neêr;

Verlicht, mijn God, verlicht mijn oogen,

En laat Uw goedheid niet gedoogen,

Dat mij de slaap des doods verteer.

4. Opdat de vijand, die mij haat,

Niet juiche in mijn bedrukten staat.

Mü nooit van God verlaten noeme,

Sluiten